Joyce van Rijen uit Etten-Leur is Mamma Joyce. In Nepal bestiert zij het tehuis Swarga. Voor de gehandicapte kinderen onder haar hoede is het daar de hemel op aarde. BN/DeStem ging kijken en begrijpt waarom Joyce de BN/DeStem Ontwikkelingsprijs heeft gekregen.
Uitbundig zwaaien de 'hemelpoorten' van tehuis Swarga open. Daar, achter die voordeuren, kijken tien paar donkere, ondeugende kijkers me verwachtingsvol aan. Het is zaterdag in warm Bhaktapur, Nepal. Voor schoolkinderen de enige vrije dag in de week en voor kinderen van Swarga zwemtijd. Wim-swim, kraait de zevenjarige Roshani zodra ze mijn naam hoort. En Asmita van vier, die zichzelf in het Nederlands 'lachebekje' noemt, denkt: ik schurk me tegen die witte benen aan, dan tilt hij me vast wel op. Slim meisje.
Mijn eerste kennismaking met Nepal, met Bhaktapur, gaat niet gepaard
met bittere armoede. Nee, we trekken per bus naar een fraai zwembad buiten
deze middeleeuwse stad op dertien kilometer van Kathmandu. Hoezo hebben deze
kinderen het niet goed?
Namaste. Welkom in Nepal, welkom in Swarga. Het land van Krishna en Joyce. Joyce van Rijen, een no-nonsense meid van 35 uit Etten-Leur. Niet op zoek naar hogere idealen, behalve dan een gelukkiger bestaan voor lichamelijk gehandicapte kinderen in een land waar ze anders geen toekomst hebben.
Vier jaar eerder reist Joyce naar Nepal om in Bodhnath voor een half
jaar Engelse les te geven aan Nepalese kinderen. Voor Joyce kan het niet bij
deze ene sabbatical blijven. "Ik wilde altijd al wat in het buitenland
doen. Mijn relatie was uit, ik was niet happy in mijn baan, redenen om
Nederland de rug toe te keren. Nepal betekende een nieuwe wereld voor me. En
een nieuwe start van mijn leven."
De kinder- en jeugdpsychologe laat arbeid en hockeystick bij Push voor
wat het is en keert in 2003 terug naar Nepal. Om taalbarrières snel te
overwinnen, leert ze Nepali bij de Nepal Development Academy in Utrecht. Die
brengen haar in contact met een project voor kinderen met de spierziekte
Duchenne in Bhaktapur. Daar, voor de trappen van de Nyatapolatempel - de
hoogste pagode van Nepal - ontmoet ze haar Nepalese compagnon Krishna Sundar
Khaitu, 29 jaar. Het klikt meteen. De lijnen met de Nederlandse en Nepalese
stichtingen die het project aansturen verlopen na verloop van tijd stroever.
"Het is een goede stageperiode geweest in de hulpverlening aan
lichamelijk gehandicapte kinderen. Op enig moment hebben we gezegd: dat
kunnen we zelf ook."
Het is de aanloop naar een eigen stichting Suvadra en de bouw van het
tehuis Swarga. Swarga betekent 'hemel', Krishna noemt het een plaats die de
stoutste kinderdromen overtreft. "Hier vergeten de kinderen dat ze
gehandicapt zijn. Ze worden geaccepteerd, spelen met elkaar en gaan naar
school."
Die school is driehonderd meter verderop, bereikbaar via een
zandpaadje. De Communicative English School is een niet gesubsidieerde
private school met enthousiaste onderwijzers die werken tegen een gering
salaris. In tegenstelling tot veel scholen worden hier zowel lichamelijk als
geestelijk gehandicapte kinderen toegelaten. "Wij zeggen: ze zijn
differently able, anders vaardig", zegt schooldirecteur Jami Kumar Rai.
Het kost hem moeite om ouders met 'normale' kinderen te overtuigen dat deze
integratie hun kroost verrijkt. "Ze denken dat het niveau omlaag gaat.
Maar we winnen steeds meer de harten van de ouders. Ook omdat de kinderen
van Swarga verdraaid slim zijn. Rekenen en Engels kunnen ze als de beste."
Het plezier straalt van alle gezichten af als we in de volgepropte bus
door de drukke straten van Bhaktapur naar het zwembad rijden. Een uit de
deur hangende jongen, die het reisgeld vangt, hijst de kinderen meedogenloos
bij de armen naar binnen. De zevenjarige Binita geeft geen krimp. Ze heeft
net weer een voetoperatie ondergaan. Tenen heeft ze niet. Verkoold toen ze
als baby door de open oven kroop en moeder even in de tuin was. Brandwonden
komen veel voor in Nepal. Op golfplaten daken van huizen of in donkere
kamertjes: overal wordt eten bereid op houtskoolvuurtjes. Op anderhalf uur
van de bewoonde wereld duurt het lang voordat het meisje geholpen wordt.
Haar vader moet geld lenen voor de operaties. Uit schaamte verlaat hij
daarna huis en haard. Binita mag vandaag nog niet zwemmen. Zeven andere
Swarga-kinderen worden door Joyce en de twee didi's - moeders die 24 uur per
dag bij de kinderen zijn - in badpakjes gehesen.
Op 1 januari 2006 hadden Joyce en Krishna het huis gereed voor de
eerste kinderen. Bijna anderhalf jaar later haalt Krishna op de dag dat wij
zwemmen het elfde kind op in de desolate gebieden in het westen van Nepal.
Honderd kilometer kost je een dag. Dichter bij de Himalaya mag je er een
week voor uittrekken. Bhaktapur ligt in de Kathanduvallei op 1700 meter
hoogte. De sneeuwreuzen van de Himalaya zie je amper. Smog belemmert het
vergezicht. Vooral op de tjokvolle weg naar de hoofdstad zit je voortdurend
stof te happen. Met het tot nationale volkssport verheven rochelen hoopt de
Nepalees de longen weer schoon te hoesten. Zelfs beeldschone vrouwen
inhaleren eerst diep om vervolgens de groene fluim aan moeder aarde af te
geven.
Krishna reist per vliegtuig en haalt Norish bij zijn behoeftige
familie vandaan. Met zijn twaalf jaar is hij meteen de oudste van het stel.
In tegenstelling tot de andere puntgave snoetjes, lopen bij hem de
brandwonden diep door in zijn gezicht. En hij mist een arm. Joyce vindt hem
meteen 'een lekker menneke'; ze zou ieder gehandicapt kind in Nepal wel
binnen willen halen. Een school heeft Norish nog nooit van binnen gezien. In
zijn dorp wordt Norish niet geaccepteerd, familieleden kijken van hem weg.
Medisch is er nooit naar omgezien.
Gejoel en gegil als de kleintjes om beurten in het water mogen. Staan
of zwemmen kunnen ze niet, maar het is wel goed voor de verlamde, verkrampte
spieren. Ik til heartbreaker Chandra (3) hoog boven het water en laat haar
met een plons neer. Haar teentjes zijn verminkt, buiten het bad draagt ze
een houten prothese. Zo kan de benjamin van de club best aardig uit de
voeten. Het zwemuurtje heeft haar wel vermoeid. Boven haar bordje van het
nationale gerecht dal bhat - rijst met linzensoep - valt ze 's middags in
slaap. Een middagdutje doen Nepalese kinderen niet. Binnen en in de tuin
wordt veel gespeeld. Regelmatig zijn zowel Nepalese als Nederlandse
fysiotherapeuten aanwezig om bewegingsoefeningen te doen. Joyce is de
bindende factor. Ze regelt afspraken met specialisten in ziekenhuizen, houdt
intakegesprekken met ouders van potentiële kinderen en dringt aan dat
familie eens per maand overkomt. "Dat is een voorwaarde om opgenomen te
worden in de Swarga-familie. Het mag geen dumpplaats van kinderen worden. De
band met de familie moet overeind blijven."
Tussen de bedrijven door spendeert de Etten-Leurse zoveel mogelijk
tijd met haar 'droppies'. Van tijd tot tijd wordt een uitstapje gemaakt, pas
nog naar een pretpark bij Kathmandu. Hoewel niet straatarm, is Nepal voor
gehandicapten geen lolletje. Wie een handicap heeft - en dat zijn er op een
bevolking 24 miljoen naar schatting 3 miljoen - wordt genegeerd. Een
handicap is een straf van God voor gemaakte fouten in een vorig leven.
Families sluiten ze op in huis. Ze vormen het uitschot in het enige
hindoe-koninkrijk ter wereld.
De dagen van de koning Gyanendra Bir Bikram zijn trouwens geteld. De maoïsten staan klaar om hem het laatste restje koninklijke macht te ontnemen. Krishna verwacht nog dit jaar dat zijn land een republiek zal worden. De maoïsten, die vol bravoure met pamfletten met Mao en Stalin rondlopen, hebben daarom de wapens neergelegd. De coup kan ook zonder bloedvergieten gepleegd worden.
Donderdag 10 mei, daags na Joyce's 35e verjaardag, is de gang naar het
schooltje stilletjes. Mamma Joyce gaat weer voor drie maanden naar haar
ouders in Etten-Leur. "Dat is mijn tweede thuis. Mijn huis is Swarga gew
orden. Ik kan en wil hier niet meer weg."
Gezegend met een tika (rode stip, een soort derde oog) op het
voorhoofd volgt het verdrietige afscheid. Even is alle levenslust weg uit
die vertederende Swargaantjes. De schoolbel gaat. De boeken gaan open. De
gedachten zijn niet bij de Engelse les, maar bij de periode zonder Joyce,
waarin Krishna en de didi's de tent runnen. Tot 7 augustus. Dan is ze terug
bij haar droppies...
(Dit artikel verscheen 16 juni 2007 in BN/DeStem)
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.





















