Zaterdag 31 maart 2007, Mariska Bauer (Van Rossenberg, 31) laat zich vrolijk door Frans op het podium trekken, voor de flitsende muur van cameralenzen, als hij maandag de media verrast met zijn trouwplannen. „ Ik was veel zenuwachtiger dan Frans. Als hij mij op de bühne vraagt bij een concert, dat vind ik vreselijk. Het liefst blijf ik achter de schermen, thuis.”
Voor interviews voelt ze niets, alleen maandag ontkwam ze er niet aan. „We
kennen elkaar vijftien jaar. Ik wilde wachten tot hij me zou vragen. Tien
jaar geleden wilde hij wel trouwen, maar toen verongelukte mijn broertje
Jan. Hij was net zeventien. Onze middelste zoon is naar hem genoemd. Het
heeft lang geduurd voor ik dat een plaats kon geven en ons hoofd stond niet
naar een trouwfeest. De kinderen kwamen daarna snel. Frans junior is nu
twee, en drieënhalf als we zullen trouwen. Voor hem is het dan ook leuk om
alles mee te maken.
- Hoe is het leven voor jou als ‘de vrouw van’: die voortdurende druk van de
publiciteit?
„ Ik ben niet anders gewend. Toen ik Frans leerde kennen, zong hij al, al
kenden misschien maar honderdvijftig mensen hem. Ik ben in alle aandacht
meegegroeid.”
- Je staat zelfs in rubrieken als ‘ VIP- spotting’ vermeld als men je
signaleert in de super van Oud Gastel of winkelend in Rotterdam. In je huis
hangen camera’s van RTL 4.
„Dat maakt me niet veel uit. Wij zijn allebei makkelijk. Wij vinden het wel
belangrijk dat de kinderen zo normaal mogelijk opgroeien. Ze gaan gewoon
naar school in ons dorp. We halen ze ook niet op speciale dagen van school
en gaan in de reguliere schoolvakanties weg. Ze zijn gewone, nieuwsgierige
jongens die de wereld mogen ontdekken. Ze moeten, ook als we uit eten gaan,
blijven zitten zolang het eten op tafel staat. We praten als gewone ouders
met ze hoe het op school was. Dat papa heel erg bekend is, dat voelen ze
zelf niet zo. Als iemand ze vraagt: ‘Hoe heet jouw papa?’, dan zeggen ze:
‘Gewoon, papa’. De jongste zal hem straks wel het meeste missen, na die vijf
maanden dat Frans thuis was.”
- Hoe was dat, toen Frans weer mocht gaan zingen?
„Ik hoorde hem ineens, in zijn kantoortje. Hij zong weer en dat was
heerlijk. Het was heel spannend: zijn praatstem was goed, maar zou zijn
zangstem er weer zijn? Zingen is zijn lust en zijn leven. Dat is zijn alles.”
- Voel je de druk in Fijnaart zelf ook niet?
Er wordt naar de krant gebeld als iemand vindt dat je te hard door het dorp
rijdt.
„Nee, die druk voel ik niet, en daarom wil ik er ook graag blijven wonen. De moeders van het schooltje zijn vriendinnen geworden en ook gebleven. Een handvol goede vriendinnen. Ik kom uit Ter Aar, bij Alphen aan den Rijn. Wij hadden daar een horecazaak. Maar ik kwam al veertien jaar iedere week in Fijnaart.
Er zullen altijd mensen zijn die anders reageren. Ik kan daar niks mee. Wij zijn al die tijd onszelf gebleven, naar mijn gevoel. Ik ben zelf vrij nuchter; heb ik van mijn moeder. Ik voel wel dat de druk zich opbouwt nu we naar de concerten in Ahoy’ toeleven. Maar als Frans aan het eind van de middag thuiskomt, is het: hoe was het vandaag op school, Christiaan?”
- Het valt wel op, die beugels met slotjes om je tanden.
„Ik hoop dat ze er over een maand uit kunnen. Er gingen tanden scheef staan,
de verstandskiezen zaten in de weg. Mijn tandarts in Fijnaart zei: wordt het
niet eens tijd om wat aan je tanden te doen? Nee hoor, dat is echt niet
speciaal voor het huwelijk gebeurd.”
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.




Sorteer reacties












