BREDA - Uit een onderzoek van het blad J/M blijkt dat Nederlandse ouders een multiculturele-samenleving best vinden. Zo lang het maar niet te dichtbij komt. Lees hieronder de column van Paul Verlinden daarover.
Het is inderdaad zoals een oud-collega, tevens vader van vier mooie dochters, ooit tegen mij zei: "Tja Paul, als jouw zoons later een vriendin van buitenlandse origine krijgen, voelt dat toch anders dan als mijn dochters met een allochtone jongen thuiskomen." Hij zei het in iets andere bewoordingen, maar de strekking is duidelijk.
Menig ouder denkt er net zo over, blijkt uit onderzoek van het blad J/M.
Veel autochtonen, en zeker de goed opgeleiden, zijn hartstikke voor de multiculturele samenleving. Verdedigen die met hand en tand op feestjes, of in een column in de regionale krant. Maar vraag hen hoeveel allochtonen ze onder hun kennissen hebben of waar hun kinderen op school zitten, en dan blijkt het vooral een theoretisch verhaal. Ook op de basisschool van mijn zoons was amper een allochtoon te bekennen. En zag je een getint jochie, dan was ie meestal geadopteerd.
Marokkaantjes
Ondertussen bleef ik tegen mijn zoons vertellen dat er geen onderscheid gemaakt mag worden op basis van ras of afkomst. Maar toen werden ze wat ouder, gingen naar het zwembad... en door wie werden ze lastiggevallen? Marokkaantjes...
Dat is dan opeens de realiteit. Maar wel slechts een deel van de realiteit, blijf ik tegen mijn zoons zeggen. Ieder individu is anders en je kunt niet groepen mensen over één kam scheren. Het blijft niettemin een theoretisch verhaal. Want om nu zelf naar een wijk te verhuizen met een hoog allochtonengehalte... Ik wacht wel tot een van mijn zoons met een lief Marokkaans meisje thuiskomt.
Paul Verlinden
paul.verlinden@bndestem.nl
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.




Sorteer reacties











