Een bepaald type aardige mensen zegt graag dat er geen domme vragen bestaan, maar dat liegen die mensen natuurlijk. 'Is het klémtoon of klemtóón?' vind ik bijvoorbeeld een domme vraag, al zullen anderen daar een eigen mening over hebben. Het juiste antwoord weet ik overigens niet.
Een beter voorbeeld? Deze week kwam ik voor het eerst in tijden mijn
favoriete neefje tegen. Ik liep rond met een blauw boodschappenmandje aan
mijn arm, hij stond in Albert Heijnkloffie pakken yoghurt in de koeling te
stapelen. Voor ik er erg in had, was het er al uit: 'Hé, werk je hier?' Een
vrij onnozele vraag aan iemand die in supermarktkostuum vakken staat te
vullen. Dat moet zelfs een bepaald type aardige mensen toegeven.
Net zo onverstandig: 'Denk je soms dat die was zichzelf opvouwt?' Niet dom
vanwege een gebrek aan inhoudelijke diepgang, wel vanwege het voorspelbare
effect dat zo'n vraag heeft op het humeur van mijn lief.
Zo blijkt
'Staat de kliko al buiten?' in de thuissituatie ook niet goed te werken. Te
vaag. 'Zet jij de kliko buiten?' is veel concreter - dus slimmer, als je
kijkt naar het beoogde resultaat.
Die PvdA-vragen over campagne
voeren in de kou: dom, dat heeft zelfs Wouter Bos himself erkend.
Nog zo'n knullige verkiezingsvraag: 'Gaan al die partijen hun
verkiezingsbeloftes nou ook echt uitvoeren in de gemeenteraad?' Al twijfel
ik nog of die laatste ook echt in de categorie 'domme vragen' thuishoort.
Is dit niet gewoon vragen naar de bekende weg?
nicole.andries@bndestem.nl














