De krant ligt nog koud van buiten voor hem klaar. Hij gaat zitten.
Eens kijken wat hij zegt.
"Koffie. Ik mot koffie."
O ja, sorry, natuurlijk, meteen, komt eraan.
Dan: stilte. Hij leest. En leest en leest.
Dit gaat niet goed. Dan begin ik er zelf wel over.
"Valt jou nou niks op aan de voorpagina?"
"Nee. Hoezo? Staat er soms weer een kommaatje verkeerd?"
"Niks over die kippen in Rijen! Niet eens een klein berichtje!"
Kokkie zwijgt en bladert door. Dan valt zijn vinger stil bij een artikel. "Hierzo, pagina 3: 'Duizenden kippen levend verbrand.' Mét foto. Niet goed? Het zijn maar kippen, hoor. Kippen zijn heel domme wezens, bijna net zo dom als jij."
Ik kijk mee over zijn schouder en schud mijn hoofd.
"Levend verbrand! En niet zomaar een paar, nee: acht-tien-duizend! Wat ben jíj hard, zeg. Stel je voor dat ons Appeltje..."
Appeltje Eitje is onze nieuwe kip. We hebben er vijf.
Kokkie drinkt zijn koffie in één teug leeg en staat op.
"Appeltje? Die moet héél snel een ei leggen. Anders is het..."
Hij maakt een wurgbeweging.
Stoer, hoor. Gister hoorde ik hem nog zachtjes bij de kooi tegen het beestje praten. 'Hé, tuttut, wat ben jij een lief kippetje. Voel je je al een beetje thuis? Zijn de andere aardig voor je?'
En dan ook nog zo'n kusmondje erbij, ik zág het.
a.vlaanderen@bndestem.nl
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.
















