.
Volledig scherm
. © Column Yolanda Sjoukes

Langs de lijn

Een zevenjarig jochie is bij voetbalclub RBC weggestuurd omdat zijn ouders zich onbeheerst hebben gedragen. Moeder Katie vertelt erover in de krant.  Ik kan me wel verplaatsen in haar emoties. Wordt mijn zoon gewisseld, dan grom ik altijd ff inwendig. ‘Shit! Hij zat net zo lekker in de wedstrijd. Waarom laat de trainer hem nou niet staan?’

Degene die mijn kind tackelt in het veld, wens ik soms erge dingen toe. Het is dankzij een dun laagje beschaving, dat ik dat allemaal niet roep langs de lijn. In plaats daarvan zeg ik verstandige dingen. Zoals: ‘De trainer bepaalt wanneer ie iemand wisselt.” Of ik slinger hele beschaafde aanmoedigingen het veld in: ‘Hup Club Van Mijn Zoon’. 

Dat had Katie natuurlijk ook moeten doen. Zij en haar man zijn volgens voetbalclub RBC meermalen gewaarschuwd dat ze moesten stoppen met hun verbale agressie en bemoeienis. Katies eigen verhaal bevestigt die lezing min of meer. Oliedom om dan niet in te binden, om je niet te houden aan het verbod om naar RBC te komen. Nu is het zevenjarige talentje Jayden de dupe. Hij mag niet meer komen voetballen bij RBC. Waarom veel mensen dat laatste zo logisch vinden is mij een raadsel.

Toen mijn eigen twaalfjarige voetballer in deze krant las dat Jayden weggestuurd is, was hij stomverbaasd. “Waarom doen ze dat? Die jongen kan er toch niks aan doen dat zijn ouders staan te schreeuwen?” En zo is het maar net.

Dat RBC ouders straft omdat die zich misdragen, snap ik. Maar het zoontje van die ouders kan daar niks aan doen. Hoe erg is dat voor een kind? Dat je zeven jaar bent en dat je favoriete club zegt dat je er nooit meer mag komen voetballen. En dat dat volgens die club dan de schuld is van de twee mensen die jij de allerliefste op de hele wereld vindt, je papa en je mama.  Dat is toch niet uit te leggen? De tranen springen mij ervan in de ogen. Jayden speelde goed maar zijn wedstrijd ging langs de lijn jammerlijk verloren.