Volledig scherm
Column Ad Pertijs © BN DeStem

‘Lag de finishlijn wel op de goede plek?’

‘The finish is at the finishline!’. Het zijn de beroemde woorden van Argos-ploegleider Rudi Kemna die John Degenkolb in de Tour van 2013 van verbazing zowat van zijn fiets lieten vallen. Dender je met de stress in de lijf richting de streep van de eerste Touretappe en dan krijg je dit te horen. ‘De finish is at the finishline? Ja, waar anders!’

Wist hij veel van de paniek die was ontstaan toen de Orica-bus zich vast had gereden onder de finishboog. Heel de wereld keek ademloos toe. Koortsachtig werd een alternatieve finishplek aangewezen. Op drie kilometer van de meet, daar waar de tijd wordt opgenomen voor het geval de sprint ontsierd zou worden door een val. (Wie dan nog achterop raakt door een val, krijgt de tijd van de winnaar.) Toen de bus los kwam, werd het alsnog ‘gewoon de finishlijn’.

Het bewees maar weer dat je als renner voortdurend voor de meest ongelooflijke verrassingen geplaatst kunt worden. Zolang klassementsrenners niet zeker weten of ze tijd verliezen door een bizar verlopende massaspurt, blijft iedere finale van een vlakke rit een onnodig hectisch gebeuren. De UCI versoepelt gelukkig de regels. Gaatjes tot drie seconden worden voortaan gladgestreken wanneer zonder val verschillen ontstaan. In de Ronde van Zwitserland mochten de klassementsrenners vrijdag zelf tien kilometer voor de meet al opgelucht ademhalen om problemen te voorkomen.

Maar toch zal een renner altijd voor verrassingen blijven staan. Weet ook Degenkolbs beste wielermaatje Koen de Kort. In 2003 was hij in Olympia’s Toer de leider, die viel net voor de verlossende boog van de laatste kilometer. ‘Weg leiderstrui’ dacht Koentje, die met achterstand binnen kwam. ‘Je hoeft niet zo somber te kijken’, zei het vrouwelijke hoofd van de jury toen ze hem beteuterd zag staan. ‘We hebben het nog eens nagemeten, maar de boog stond op 900 meter.’ 

Geen tijdsverlies dus voor de verbouwereerde leider. Zelfs zijn ploegleider Nico Verhoeven stond perplex. ‘Lag de finishlijn wel op de goede plek?’, vroeg hij de jury plagend. Nee, de finishline was ‘at the finish’. Waar anders.