Volledig scherm

Column: Vleeswaarheid

De verkiezingen naderen met rasse schreden, dus moeten we voorbereid zijn op kletskoek in alle soorten en maten.

De VVD-Kamerleden Erik Ziengs en Helma Lodders hebben de ministeries van Volksgezondheid en Economische Zaken deze week lastig gevallen met het verzoek om de benamingen vegetarische worst en vegetarische schnitzel te verbieden, omdat de consument wel eens misleid zou kunnen worden door die terminologie. Wie denken ze hiermee voor het lapje te kunnen houden?
Oké, je hoeft maar naar de Kamerbankjes te kijken om te zien dat het veel VVD’ers inderdaad naar den vleze gaat. Sommigen blub­beren zelfs bijna uit hun vel. De partij kent ook een flink aantal hansworsten en van oudsher veel rechtse ballen. Het zou kunnen dat de vleeslobby in ruil voor dit initiatief de partijkas spekt.
Het verzoek van de Kamerleden impliceert eigenlijk dat ze bij de VVD vinden dat de consument te dom is om etiketten te kunnen lezen of om de volle betekenis van het woord vegetarisch te kunnen bevatten.
Mogelijkerwijs circuleert er binnen de VVD een notitie, waarin wordt uiteengezet dat potentieel liberaal stemvee volstrekt carnivoor is en dus te paaien valt met het beschermen van dode dieren. Leuker zou het zijn als deze affaire zich ontpopt tot een worst case scenario, een plofkip die recht in het eigen gezicht explodeert. Omdat dit geblaat voor de trouwe kiezers tot echt een plakje lulkoek te veel is. Lulkoek is in dit geval snijwaar van bedenkelijke herkomst.
De droeve werkelijkheid is dat de vleesverwerkers zelf inmiddels zo veel­­ onduidelijk spul aan vlees hebben toegevoegd dat het levensbedreigende vormen heeft aangenomen. De consument moet onderhand blij zijn dat er smakelijke vegetarisch vervangers bestaan.
Onze verre voorvaderen moeten dat, misschien onderbewust, al wel geweten hebben toen ze de woorden plantaardig en dierlijk verzonnen. Mooier dan in het Nederlands kan dat contrast niet onder woorden worden gebracht.