Volledig scherm

Column: Torrie

Dit is een ode aan de jongste taal. Een ode aan springlevende woorden die nog niet in de Dikke van Dale te vinden zijn, maar die volop worden gesproken.

Elfjarigen, achttienjarigen, van eerstejaarsstudent tot jongste verkoper en achtstegroeper, ze kennen de woorden allemaal.

Wij, ouders in een samengesteld gezin van vier, luisterden deze kerst ademloos naar onze tienerkinderen die hun taal voor een keertje met ons wilden delen. Taal afkomstig van de straat of van het voetbalveld.

Een van mijn voornemens voor 2017 is om mijn kinderen beter te begrijpen. Voor wie ook die ambitie heeft, hier alvast wat oefenzinnetjes.

- Fakka?
- Goed!
- Echt?
- Wollah! Ik heb met kerst doekoes gekregen en een bon voor nieuwe patta’s.
- Wat een torrie zeg. We gaan wakka naar de stad dan?
- Oké, man, we gaan loessoe! Drini na het shoppen.
- Ik ga liever met de bika.
- Ook goed. Doe wel een warme jacka aan.
- Wat chappen jullie vanavond?
- Ik denk dat wij chaps halen.
- Had ik al verteld dat ik er zaterdag twee heb geprikt bij de wedstrijd?
- Oddi, jij kast. Was dat in de kooi?
- Nee, we waren op het tattaveldje.
- Wat stinkt het hier.
- Sorry maat, ik heb een dampoe geknald.
- Gedverdemme! Wat een beast. Gauw weg uit deze osso.
- Oké maat, nog ff een donnie uit mijn kamer halen.

Fakka = ‘hoe gaat het’ /wolla = ik zweer het / chappen = eten / chaps = frites / drini = drinken / patta’s = schoenen / bika = fiets / torrie = story / donnie = geld of een tientje / kast = bikkel / tattaveldje = een veldje waar voornamelijk autochtone kinderen komen voetballen / osso = huis / beast = stoere, ruige gast.

En een dampoe? Dat is een stinkende wind. Laat er niet te veel in 2017.