Volledig scherm

Column: Potlood

Voor degenen die niet elke vrijdag op deze plek in de krant belanden: dat potlood en die puntenslijper houd ik al ruim anderhalf jaar op deze wijze vast. Die foto staat eigenlijk los van Charlie Hebdo.

Een statement is het stiekem wel, een mild protest tegen de digitalisering en daarmee een verlangen naar de tijd waarin wij journalisten nog slechts met een potlood achter het oor op pad gestuurd werden.

Een tijd waarin ik als (sport)journalist ook wel eens bedreigd ben, maar dat was zo onschuldig, dat ik er nu om kan glimlachen: een gepensioneerde heer wilde mij met zijn wandelstok van het trainingsveld meppen omdat ik een te negatief verhaal over zijn favoriete clubje zou hebben geschreven.

Dat potlood brandt nu als het ware in mijn handen. Omdat er blijkbaar gehersenspoelde lieden zijn die dat onschuldige schrijfgerei als een duivels wapen zien. Terwijl ik het wil vasthouden, dit beroep uitoefen, omdat ik journalistiek zo’n mooi ambacht vind.
Niet om te kwetsen, en zeker niet om oorlog te voeren.

Dat schitterende ambacht bracht mij woensdagmorgen binnen de veilige muren van een klooster. Toen ik na enkele uren van sereniteit en een uiterst aangenaam gesprek weer naar buiten ging, zette ik mijn smartphone aan. Las het afgrijselijke nieuws uit Parijs en belandde daarmee in een andere wereld. De werkelijke wereld anno 2015. Waarin wij angstvallig deuren en ramen sluiten. Waarin we onwillekeurig het gedrukte woord en beeld meer dan ooit zullen wegen.

En waarin ik na 7 januari 2015 nooit meer deze foto met potlood en puntenslijper kan zien zonder te denken: Je suis Charlie.