Volledig scherm

Column: Op z’n kop

Van Betekoppenstad tot Peejenland keert vandaag de rust weder. Het bal der dwazen is voorbij, het woord is opnieuw aan professionele narren.

Ik heb niet meegedaan aan het leutfeest. Had schrik van die duivelse post-carnavaldepressie. In plaats daarvan kreeg ik vooraf de griep en had zo liefst twee weken lang een pre-carnavaldip….

Het waren al met al rare dagen op deze manier. Via social media was ik getuige van wat zich afspeelde in een parallel universum, waar ik zelf ook zo vaak in aangename dronkenschap rondgedoold heb. 

Vrienden en bekenden maakten plezier op amper een kilometer afstand van mijn huis, maar het leek meer lichtjaren van me verwijderd dan die ontdekte planeetjes rond Trappist-1, waar mogelijk ook leven in de brouwerij is.

Maandag mocht ik - broodnuchter en nog altijd lichtelijk onwel - van mijn baas de optocht in mijn woonplaats verslaan. Amper buiten trof ik meteen al Klaas Dijkhoff aan, verkleed als De Baron uit Bassie en Adriaan. 

In ons korte gesprek sprak de slimme staatssecretaris ondanks zijn guitige plaksnor duidelijkere taal dan de als 50-plusser verklede Henk Krol uren later op televisie. Niet Klaas, maar Henk was de kwibus van de dag.

Zeiknat geregend kroop ik ’s middags na de optocht onder de douche en daarna achter de laptop. En zag op Facebook hoe geen van mijn feestende vrienden zich liet tegenhouden door de woest huilende weergoden. 

Gelukzalig dansten ze samen de bostella op het moment dat Donald Trump aankondigde vijftig miljard extra te stoppen in zijn potje oorlogje spelen.

Misschien moet ik volgend jaar gewoon weer carnaval vieren. Het leven ziet er op z’n kop een heel stuk beter uit. Ik denk zelfs dat ik het zaterdagmiddag alvast ga uitproberen, heb nog wat tegoed. 

Terwijl ‘iedereen’ thuis kreunt onder het juk van zijn carnavalsdepressie, ga ik in het clubhuis een potje bier drinken. En vergeet voor even de dwaze buitenwereld.