Volledig scherm

Column: Naald in de nek

Er prikt wat in mijn nek, steeds wanneer ik de laatste dagen de auto instap. Hoewel ik hem iedere keer weer vergeet, ligt ie daar nog steeds, nonchalant steunend op de achterbank. De kerstboom.


Een boom die ik eerder deze week had willen inleveren. Afgetuigd, lampjes zonder vloeken eruit gekregen, plant in de auto gepropt, keurig naar het gemeentelijk verzamelpunt gereden.
Waar ik nog dacht: goh, ik ben de eerste, wat leuk...

Tot ik eens rondkeek en nergens op het plein mensen in uniformen of hesjes zag staan. Niemand met werkhandschoenen. Eigenlijk was er geen kip op straat en er lag niets wat ook maar in de verte leek op een den of spar.
Ik raadpleegde mijn telefoon en die lachte me uit: sukkel, je hebt informatie van een paar jaar geleden zitten lezen.

Met je snelle Google-zoekopdrachtje. En je after-feestdagendip. Kom over een paar dagen nog maar eens terug. Sindsdien hebben we thuis geen kerstboom meer, maar wel eentje onderweg. Best gezellig. Goed,
er liggen intussen meer naalden in de auto dan de gemiddelde bloedprik-poli op voorraad heeft. En als achterin kinderen meerijden, komen die er ietwat egelachtig uit. Maar toch: met enige fantasie compenseert het groen binnen het uitlaatgas buiten.

Krap? Een kind krijgen in een Fiatje 500, dat is pas krap! Al was ik er niet bij - over de geboorte van Zevenbergse Julia in een rijdende auto heb ik enkel gelezen - ik kan me voorstellen dat een andere plek beter bevalt. Vergeleken met paniek, persweeën
en ‘waar laten we de placenta’, is inschikken voor zo’n boompje peanuts.

Misschien mag ie dus nog even blijven. Doen we net of het nog december is. En niet de donkere, saaie, karige, feestloze, chagrijnige, lange, ijskoude-maar-net-geen-Elfstedentocht-achtige januarimaand.

Er prikt wat in mijn nek, en het is het nieuwe jaar. Echt veel last heb ik er niet van, maar zin in? Mwah.