Volledig scherm

Column: Last Christmas

Hoe zou het toch met Sjors Snikkel zijn? Verdomd als het niet waar is, ik vroeg het eerste kerstdag bij toeval aan mevrouw Bas. En zij is een kenner: die heeft al dik dertig jaar wat met George Michael.

Maar ze moest even het antwoord schuldig blijven op wat onverwacht zijn laatste Kerstmis zou worden. We hoorden weinig van Sjors de laatste jaren: ziek, zwak, misselijk en als ie na een tijdje vasten nog eens een keer optrad waren de recensies over onze voormalige Grieks-Cypriotische godenzoon niet mals.

Dat ik hem ietwat oneerbiedig Snikkel noemde, is voornamelijk jaloezie. In de tijd dat ik mevrouw Bas leerde kennen, verscheen hij met vriend Andrew als Wham op het podium. Sjors had grotere schoudervullingen en veul meer haar dan ik, hoewel het mijne écht blond was. Daarenboven verscheen hij in de blaadjes vaak bruingebrand in beeld, slechts gehuld in een wit zwembroekje dat drie maten kleiner was dan de mijne, maar wel twee keer zo groot aftekende. Vandaar…

Mevrouw Bas beweerde bij hoog en bij laag dat ze niet op zijn mannelijkheid, maar op zijn stem viel. ,,Hij weet het zelf nog niet, maar George is zo ruig als een kokosmat. Die heeft niks met vrouwen.’’

Maar als zij een elpee als Faith draaide en broeierig I want your sex door de huiskamer blèrde, kreeg ik toch lichtelijk de indruk dat ze niet om míjn ietwat minder afgetrainde lichaam smeekte.

Die Sjors. Fabuleus zanger, schrijver van prachtige liedjes, overal geliefd behalve dan bij een homofoob politiecorps in Beverly Hills dat hem zonodig uit een toilet moest plukken…

Honderd miljoen op de bank, een van god gegeven talent in huis en dan maar 53 worden. Kan ie zich aan de hemelpoort melden en aanschuiven bij tafeltje 2016. Potje rikken met Prince, Leonard Cohen, David Bowie en Bob Dylan (o nee, die schijnt nog hier te zijn).

Tweede kerstdag heb ik urenlang George Michael gedraaid. Goeie gast.