Column: Lange Leegte

Voordat u het van iemand anders hoort; ik moet u wat vertellen. De oudejaarsloterij heeft mij een bedrag met zes nullen opgeleverd: € 0,00000.

Geen wereldreis dus voor mij. Ook geen bungalow op een fruitig bounty-eiland en zelfs geen tweede huis in Nepal.

Het jaarlijkse dagdromen is voorbij, de feestmaand ook. We eten nog een week kliekjes en hebben­­ de weer veel te ruim ingekochte drank verstopt in de kelder. Even geen bubbels meer.

De eerste week van januari is traditiegetrouw ronduit klote. Ik word overmand door een soort van après-carnaval-depressie. Deze dagen doen me denken aan het stadion van de verdwenen voetbalclub SC Veendam: De Lange Leegte.

In mijn agenda staat voorlopig niets waar ik me op kan verheugen. Voor mijn gevoel duurt het in januari veel langer dan normaal voordat mijn salaris gestort is en in vergelijking met december valt dat altijd tegen. En het duurt nog zó lang eer ik op vakantie kan gaan.

De eerste dagen van de eerste maand vul ik steevast het verkeerde jaar in. En denk dan: oh ja, 2017. Mijn God, is de 20ste eeuw alweer zó ver weg?

Het nieuwe jaar is weinig hoopgevend begonnen. Hulpverleners, die aangevallen worden door dronken gajes. Weer zo’n volslagen idioot, die zijn machinegeweer leegschiet in een discotheek. Twee kinderen die verkeerde snoepjes op straat vinden, met alle gevolgen van dien. Een land dat bij gebrek aan beter een gifgroen mannetje met drie pijlen en een glimmende schedel promoveert tot volksheld.

Ik duik ’s avonds thuis weg achter de gesloten gordijnen, kijk af­levering na aflevering van weer zo’n briljante BBC-serie: Dickensian. Prachtig geklede personages uit allerlei Dickens-boeken samengebald­­ in dertien episodes.
Verslavend en zalvend. Wát een ellende hadden die mensen te verstouwen in de late 19de eeuw. Dan hebben wij het zo slecht nog niet in 2017. Zelfs niet in die eerste sombere week van januari.