Volledig scherm

Column: Krokodel

Zo af en toe kan ik het niet laten. Dan breng ik een bezoekje aan een van de cafetaria’s om de hoek of liever nog, een onvervalst frietkot, zoals op de grens bij Meersel-Dreef.

Eenmaal binnen komt ondanks de ongeremde zucht ook de twijfel: wat zal ik bestellen? En na lang aarzelen kom ik meestal toch weer uit bij de traditionele snacks naast het frietje: frikandel of (goulash)kroket. En aan de Vlaamse kust natuurlijk een garnaalkroket.

Die frikandel en kroket mag je de aartsvaderen der gefrituurde verleidingen noemen. Als we Wikipedia mogen geloven, dook de frikadel (zonder N) al op in de 16de eeuw! Daarmee werd een gekruide bal gehakt bedoeld.

In 1954 veranderde hij in een worstvormig, commercieel monster en kreeg de snack alsnog een N. De N van ‘Niet zulk deugdelijk vlees’, waarschijnlijk.

De kroket brengt ons terug bij de chef-kok aan hef hof van Lodewijk XIV en dan hebben we het dus over begin 18de eeuw.

2017 zal de geschiedenis ingaan als het jaar waarin de krokodel werd gelanceerd. Door drie in Mokum verdwaalde Bredanaars. Kro-ko-del. Hoe verzinnen ze het?

Ik weet het, voor fijnzinnige namen moet je niet in een snackbar zijn. Bereklauw, berehap, kapsalon, boerenbrok, vuurvreter, gigantico, mammoet, jonikid, annonimo, kippito, ragoezi, smulrol, lihanboutje en als tragisch dieptepunt: eierbal. Voelt u de harde stukskes al omhoog komen…?
Maar een fantasieloze naam als krokodel, jongens toch.

Direct vriest het dat het kraakt. Denken jullie nou werkelijk dat de natuurijsschaatsers, die met verkleumde ledematen al klunend een herberg binnenschuiven, dan om een krokodel zullen vragen?
Gelukkig, de dozen staan nog in het magazijn. In afwachting van bestellingen. Alle tijd dus om een prijsvraag in het leven te roepen: wie verzint een originelere naam voor deze krokant-zachte snack vol harde stukskes? De winnaar krijgt vast een doosje.