Volledig scherm

Nieuw museumdepot Stedelijk Museum Breda kost 7 ton

BREDA - Er moet een volledig nieuwe stadsdepot komen om de collectie van Breda's Museum onder te brengen. Die operatie gaat ruim zeven ton kosten. Dat blijkt uit een voorstel van het college van B & W.

Op 31 december sluit Breda's Museum de deuren van het gebouw aan de Parade op het Chassé Park. Het museum gaat fuseren met MOTI (beeldcultuur) tot het nieuwe Stedelijk Museum Breda, dat gehuisvest wordt in het MOTI-pand aan de Boschstraat. Ook MOTI sluit eind dit jaar. Daarna volgt aan de Boschstraat een verbouwing en worden de nieuwe exposities opgebouwd. In juni wordt het nieuwe museum naar verwachting geopend.

Het gebouw aan de Parada (eigendom van de gemeente) wordt verkocht. Daardoor moet ook het depot van Breda's Museum daar verdwijnen. Breda's Museum heeft daarnaast nog een depot aan de Slingerweg. Besloten is ook de Slingerweg te sluiten en een compleet nieuwe depot te bouwen vanwege financiële voordelen, maar ook omdat de totale collectie dan beter te beheren is.

Nieuwe locaties
Waar het nieuwe depot komt, is nog niet bekend. Dat kan in Breda zijn, maar er is ook een optie dat het Stedelijk Museum Breda (dat de collectie gaat beheren) samen met andere musea een groot gezamenlijk depot gaat bouwen. Met name het TextielMuseum in Tilburg en Nederlands Leder en Schoenen Museum in Waalwijk zijn ook op zoek naar nieuwe locaties voor hun collectie.

Omdat het zoeken naar een nieuwbouwlocatie tijd kost, is er tot 2020 een tijdelijke voorziening nodig. Onderzocht wordt nu waar die moet komen. De kosten voor de tijdelijke voorziening, het beheer, de planontwikkeling van een nieuwe locatie en de verhuizing van de collectie, zijn geraamd op 714.000 euro.

Eerder heeft de directie van het nieuwe museum al aangegeven de collectie van het Breda's Museum meer zichtbaar te willen maken. Van alle aanwezige stukken kan slechts een beperkt deel worden getoond in het pand aan de Boschstraat en op andere erfgoedlocaties in de stad, zoals de Grote Kerk en het Begijnhof. Het plan is om meer samen te werken met andere musea elders in het land. Ook kunnen stukken getoond worden bij zorginstellingen, scholen, bedrijven en op andere plaatsen waar veel publiek komt.