Volledig scherm
Jan en Wim baron de Constant Rebecque. © Foto René Schotanus/Pix4Profs

Jan en Wim baron de Constant Rebecque: 'Gezag? Nee, dat hebben we niet'

ULVENHOUT - Jan Victor Idzard Marie baron de Constant Rebecque heeft het druk. Met een steekwagentje sjouwt hij stoelen rond op het 26 hectare omvattende landgoed Anneville. Het is aanpoten in de klamme warmte van het Ulvenhoutse Bos. Maar ja... Iemand moet het doen. Op het T-shirt van de 51-jarige baron lacht een grappig varkentje.

Op het eerste gezicht is er niets dat doet vermoeden dat baron Jan van adel is. Hetzelfde geldt voor zijn twee jaar jongere broer Wim Daniël Jan Marie baron de Constant Rebecque, die er vooral op voorstaat dat hij expert is op het gebied van camerabeveiliging. Dat ze een titel hebben geërfd is op zijn best een prettige omstandigheid. Niet iets om je voor op de borst te kloppen. ,,Dat we baron zijn is geen bepalende factor in ons bestaan.''

Respect

De baronnen wonen nog steeds op hun landgoed, net als hun moeder. Jan is uitbater van het Koetshuis, dat onder meer dienst doet als trouwlocatie of congrescentrum. Het ligt naast de statige oprijlaan, zo'n vijftig meter verwijderd van het 'grote huis'. Daar komt de familie eigenlijk nooit. Het wordt al sinds de jaren twintig verhuurd. De broers weten niet beter dan dat er andere mensen in de villa wonen. ,,Wij zijn de huisbaas. Meer niet. We kunnen er niet zo maar binnenlopen'', zegt Jan.

Het zijn net echte mensen, de heren van de Constant Rebecque. Ze zijn zelf de laatste om dat te ontkennen.

Wim: ,,Gezag? Nee, dat hebben we niet.''

Jan: ,,En vroeger trouwens ook niet. Wij waren de eigenaren van het landgoed die hun grond verpachtten. Meer niet.''

Wim: ,,Vroeger werd Jan als oudste broer nog wel eens aangesproken als baron. Maar ik was altijd Wim. We stellen ons zelf ook nooit voor als baron. Ik kan me niet herinneren wanneer ik me er van bewust werd dat ik een baron was. Mijn ouders zeiden: 'Het is leuk om van adel te zijn, maar laat je er niet op voor staan en treedt alle mensen met respect tegemoet'. Ik heb die status ook nooit misbruikt. Dat keert zich uiteindelijk tegen je.''

Ik ben van adel

Om dat te verduidelijken haalt baron Wim zijn mobieltje te voorschijn. Hij laat een filmpje zien van het tv-programma Op de Bon. Een man wordt aangehouden door een politieagente omdat hij zijn gordel niet om heeft en roept: 'Ik ben van adel. We moeten eens ophouden met iedereen gelijk maken aan elkaar. Mensen zoals ik kunnen niet door mensen als deze mevrouw van de straat worden gehaald. Dat gebeurde vroeger niet!'

Lees verder onder de video

Wim: ,,Die man roept dat ie van adel is. Of dat iets uitmaakt. Mooi dat ie gewoon die boete krijgt. Zo zie je maar: dan ben je van adel en dan biedt die status tóch geen meerwaarde.''

Jan: ,,Zo praktisch is het niet om van adel te zijn. Het is eerder onpraktisch.''

Wim: ,,Dat we van adel zijn is voor ons heel erg gewoon, ook al klinkt dat misschien een beetje blasé. Maar hoe bevoorrecht zijn wij nog?''

Achtergrond

Jan: ,,Nederland is redelijk genivelleerd, al begrijp ik wel dat er mensen zijn die vragen naar de achtergrond van onze naam. Die brengt de verantwoordelijkheid met zich mee dat we uitleggen waar die vandaan komt.''

Wim: ,,Toch is er wel iets veranderd. Dertig jaar geleden was de tijdgeest anders. Dan was er bijvoorbeeld een dorpsmarkt in Ulvenhout. Als ik dan meedeed aan een spelletje en iets won, dan hoorde ik: 'Ja hoor, de duivel schijt weer op dezelfde grote hoop'. Daar hebben we nu geen last meer van.''

Hoe nuchter de broers De Constant Rebecque ook in het leven staan, ze zijn zich wel degelijk bewust van hun status.

Geen bepalende factor 

Wim: ,,Wij zijn toch een soort cultureel erfgoed. Dat doen we onder meer door het landgoed Anneville te onderhouden. Toch zijn wij niet meer dan passanten. We hebben geen van tweeën kinderen. Met ons sterft de Ulvenhoutse tak Constant Rebecque uit. Nou en? Verandert er dan iets? Nee toch? Zo veel belang hechten we daar niet aan. Dat we baron zijn is geen bepalende factor in ons bestaan geweest.''

De broers zijn actief in de lokale gemeenschap. Jan is lid van de vrijwillige brandweer en bestuurslid van de Stichting Vrienden van Pater Peeters. Die houdt zich bezig met projecten in de Democratische Republiek Congo. Vorig jaar is Jan nog naar dat land in het midden van Afrika gereisd.

Wim is betrokken bij de plaatselijke harmonie, het kerkbestuur en een parochiale caritasvereniging. Bovendien is hij secretaris van de Ridderschap van Noord-Brabant, een genootschap waar alleen Brabantse adellijke geslachten deel van uitmaken. Wim is lid van het ridderschap.

Adellijke postbode

Wim: ,,Zo hebben we regelmatig contact met andere families. Het is vooral een manier om de onderlinge contacten te bevorderen. Voor een deel ben je toch familie van elkaar. Bovendien kennen we elkaar al heel lang. Tenslotte bestaat de hedendaagse adel voor een groot deel uit de vrienden- en kennissenkring van onze ouders. Die wil je nog wel eens zien.''

Jan: ,,Maar het zijn soms heel gewone mensen, hoor. Ik ken een baron uit een zeer respectabele familie die gewoon achter een marktkraam staat om T-shirts te verkopen. En ik ken er ook een die postbode is.''

Wim: ,,We bewegen ons makkelijk in adellijke kringen. Er is altijd wel iemand die je kent en we kunnen allemaal met mes en vork eten.''

Jan: ,,Maar politiek zitten we niet als vanzelfsprekend bij de VVD. Het kan net zo makkelijk de SP zijn.''

Oranjevlaggetje

Wim: ,,En we hebben een band met Oranje. Dat wij van adel zijn, is omdat koning Willem II families als de onze aan zich wilde binden. Maar dat wil niet zeggen dat je mij tijdens Prinsjesdag met een Oranjevlaggetje ziet zwaaien als de Gouden Koets langs komt rijden. Op die dag breng ik met de harmonie een serenade aan mensen die een lintje hebben gekregen.''

Volledig scherm
Koningin Wilhelmina en prinses Juliana drinken thee op het terras van Anneville terwijl Erik Hazelhoff Roelfzema papieren ter bestudering brengt. © Stadsarchief Breda

In samenwerking met indebuurt Breda