Volledig scherm
© Thinkstock

Merendeel van West-Brabantse gemeenten heeft te weinig vergunninghouders gehuisvest (kaart)

WEST-BRABANT - Het merendeel van de West-Brabantse gemeenten heeft te weinig houders van een verblijfsvergunning gehuisvest. In de tweede helft van de 2016 moesten ze bij elkaar 1307 vergunninghouders een huis toewijzen. Uiteindelijk zijn dat er 1000 geworden. Dat betekent dat er nog 307 statushouders in opvangcentra verblijven.

Dat blijkt uit een maandag gepubliceerd overzicht van het Centraal Orgaan Opvang asielzoekers (COA). In heel Nederland hebben in de tweede helft van 2016 in totaal 22 duizend vergunninghouders een woning toegewezen gekregen. Terwijl de 390 gemeenten het afgelopen jaar gezamenlijk eigenlijk ruim 28 duizend vergunninghouders moest huisvesten.

Iedere gemeente krijgt aan de hand van het aantal inwoners een taakstelling opgelegd: grotere gemeenten moeten dus meer vergunninghouders huisvesten dan kleinere gemeenten. Gekeken naar de 30 grootste gemeenten vallen vooral Arnhem, Enschede en Tilburg op: zij hebben fors meer statushouders gehuisvest dan vereist.

In West-Brabant is dat alleen Baarle-Nassau en Dongen gelukt. Woensdrecht, Waalwijk, Werkendam en Alphen-Chaam hebben meer statushouders gehuisvest dan vereist. De rest van de gemeenten is dat niet gelukt. Bergen op Zoom heeft zelfs minder dan de helft gehuisvest.

Taakstelling
Het Platform Opnieuw Thuis meldt dat zij 'signalen ontvangt van gemeenten die aangeven dat het COA onvoldoende vergunninghouders levert om de taakstelling voor de tweede helft van 2016 te behalen. Er zouden zelfs woningen voor vergunninghouders leegstaan die teruggegeven moeten worden aan de corporaties.'

Volgens de organisatie, die gemeenten en woningcorporaties helpt met de huisvesting van vergunninghouders, komt dit doordat veel van de wachtende vergunninghouders alleengaanden zijn. Zij wachten veelal op gezinshereniging; de zogenoemde nareizigers. Platform Opnieuw Thuis constateert dat gemeenten in die gevallen vaak wachten met huisvesting van de vergunninghouder in de opvang totdat het gezin herenigd is. De doorlooptijden in de opvang zijn mede daarom in de afgelopen periode opgelopen.