Volledig scherm
© Thinkstock

Dweilen met de mestkraan open in Brabant

BREDA - Brabant telt een kleine 6 miljoen varkens, 680.000 runderen en 28,5 miljoen kippen. Daar komen ook nog enkele honderdduizenden geiten, konijnen en andere dieren bij. Deze gigantische kudde veroorzaakt overlast, onveiligheid en vooral grote risico’s voor de volksgezondheid. Maar als het er op aan komt winnen de belangen van de veehouderij het telkens weer van de volksgezondheid.

Die conclusie trekken de Brabantse Milieufederatie BMF en de Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding in het rapport ‘Volksgezondheid en veehouderij: alles op een rij’.

Een op de vijf Brabanders woont minder dan 250 meter verwijderd van een veebedrijf. Met alle risico’s voor de leefbaarheid en de gezondheid die daar mee te maken hebben. ,,Toch wordt er zelden uit voorzorg gekozen voor het beschermen van de gezondheid’’, constateert onderzoekster Mariken Ruiter.

'Toenemend bewustzijn'
Er is volgens haar rapport een ‘toenemend bewustzijn’ dat de intensieve veehouderij vervelende gevolgen met zich meebrengt. Er is steeds meer aandacht voor het aan banden leggen van de veestapel. Maar de manier waarop dat wordt aangepakt kan de goedkeuring van milieufederatie en wetenschappelijke raad niet wegdragen Eigenlijk is het dweilen met de kraan open.

De problemen zijn niet alleen de schuld van de individuele veehouder. ,,Alle betrokkenen hebben een aandeel in de ontstane situatie: bank, boer, adviseur, dierenarts, diervoederleverancier, de verantwoordelijke overheden… En niet te vergeten, de consument die goedkoop vlees wil.’’

Conflicten
De massaliteit van de veestapel leidt tot conflicten in de samenleving. Het gaat niet alleen om overlast of zorgen over de gezondheid. Ook het verdwijnen van oorspronkelijke landschap en natuur zorgen voor stress. Mensen vrezen dat hun huizen onverkoopbaar worden, waardoor zij niet meer weg kunnen uit een omgeving die ze niet meer leefbaar vinden.

Dat vreet aan de sociale verhoudingen op het platteland. Volgens het onderzoek neemt het vertrouwen in boeren af. Daarom is het tijd voor actie, zegt BMF-directeur Nol Verdaasdonk: ,,De tijd van wegkijken is voorbij.’’