Volledig scherm
© Bert Jansen

'40 procent Brabantse gewonden komt na ongeluk niet meteen op goede plek terecht'

BRABANT - Veertig procent van de Brabantse gewonden met meerdere verwondingen na een ongeluk komt niet meteen bij de juiste zorginstelling terecht. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van de Tilburgse traumachirurg Koen Lansink (45). Lansink pleit daarom voor de concentratie van traumazorg in Nederland.

Koen Lansink werkt sinds 2013 als traumachirurg in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg en promoveert dinsdag aan de Universiteit van Utrecht op zijn proefschrift over traumazorg in Nederland.

Lansink heeft becijferd dat circa veertig procent van de Brabantse traumapatiënten met meervoudig letsel niet meteen op de goede plek terechtkomt. Landelijk gezien ligt die verhouding lager en is er volgens het onderzoek sprake van 33 procent van alle meervoudig gewonden die niet meteen op de beste plek wordt behandeld.

Drie niveau's
Ziekenhuizen worden ingedeeld in drie niveau's (levels) op basis van onder meer het al dan niet aanwezig zijn van een helikopterlandingsplaats en het soort specialisten dat beschikbaar is op een traumacentrum. Level 1 kent de uitgebreidste zorg, terwijl level 3 beperkter is.

Lansink vergeleek patiënten met meerdere verwondingen - trauma's - die rechtstreeks naar een level 1-centrum werden gebracht met patiënten die eerst in een level 2- of 3-ziekenhuis werden opgevangen en daarna toch werden overgeplaatst naar een level 1-centrum. Van alle patiënten met een verwonding na een ongeluk overleeft volgens Lansink 98 procent, maar uit het onderzoek blijkt dat de kans op overlijden voor patiënten die worden overgeplaatst hoger is dan voor patiënten die direct in een level 1 centrum werden behandeld.

,,Op dit gebied is dus nog veel winst te boeken”, aldus Lansink. ,,Dat kan worden verbeterd door de traumazorg verder te concentreren. Door bijvoorbeeld in Nederland één plek aan te wijzen voor de behandeling van levensgevaarlijk gewonde patiënten. Die moeten dan met een helikopter worden vervoerd.”

Ouderen
Ook ziet Lansink een verschuiving naar steeds oudere gewonden. De grootste groep patiënten bevindt zich volgens zijn onderzoek in de leeftijdscategorie 75 tot 90 jaar. Ouderen hebben vaak andere verwondingen dan jongeren. Zo komt bij ouderen vaker letsel aan het hoofd, de borstkas en de wervelkolom voor.

Lansink heeft hiervoor een verklaring: ,,Mensen zijn langer actief, hebben meer vrije tijd dan vroeger en verkeren in een betere conditie. Maar de jaren tellen wel. Daardoor hebben incidenten bij ouderen grotere gevolgen dan bij jongeren. De komende jaren groeit daarom de behoefte naar ziekenhuisbedden op de afdeling traumatologie.”

Voor zijn het proefschrift ‘Trauma Systems, An Era of Development’ heeft traumachirurg Lansink de gegevens van bijna 60.000 patiënten in de periode 2010 tot en met 2014 geanalyseerd. Via een vervolgstudie wil hij beter inzicht krijgen in de gevolgen van verwondingen bij een ongeval.

Traumachirurg Koen Lansink.
Volledig scherm
Traumachirurg Koen Lansink. © ETZ Fotografie & Film