Volledig scherm
© Richard Gesell

Een onzichtbare schat, 21 mummies in de kerk van Tholen (longread)

THOLEN - Bijna niemand weet dat ze er zijn. En wie het precies waren? Vermoedens zijn er, maar absolute zekerheid niet. In een grafkelder van de Grote Kerk van Tholen rusten 21 mummies. ,,Ze liggen hier op de juiste plek.''

Vlak na de oorlog zijn 21 mummies gevonden in de Thoolse Grote Kerk. Het is de grootste groep ooit in Nederland ontdekt.

Hoe oud zou ze zijn geweest? Vier, vijf jaar of toch wat ouder? Op haar buik ligt een bosje bloemen. Het hoofdje wordt bedekt door een linnen mutsje en ze is gewikkeld in een lijngewaad. Wat was haar roepnaam? Anna, Neeltje of Josien?

Het meisje spreekt tot de verbeelding. Ze is een van de 21 mummies die kort na de Tweede Wereldoorlog in de Grote Kerk in Tholen zijn gevonden. Het is de grootste groep mummies die ooit in Nederland is ontdekt. Vrijwel zeker gaat het om leden van de Thoolse magistratenfamilie Van Vrijberghe. Ze leefden in de 17e eeuw. Het meisje en de andere mummies zijn niet te zien. Ze zijn in 1954 herbegraven in een waterdichte kelder onder het noorderportaal van de kerk.

Alleen de foto's in het Thoolse gemeentearchief tonen over welke historische schat we het hebben. Een schat die letterlijk ligt begraven onder een kokosmat. Wie de mat en de stenen eronder weghaalt, komt in een grafkelder terecht. Daar is de tombe van de Van Vrijberghes.

Schreeuwen
Dat de mummies hier liggen is geen geheim, maar ze schreeuwen het op het eiland evenmin van de daken. ,,Uit eerbied voor de doden. Niets meer en niets minder. Natuurlijk weten we dat we iets bijzonders in huis hebben, maar we hoeven geen 'Friese toestanden'. In Wieuwerd kun je de mummies wel bekijken en daar staan de bezoekers in de rij. Wij hoeven dat soort toestanden niet. Dan kan ik mijn bed net zo goed verhuizen naar de kerk. Nee hoor, we houden onze kelder liever dicht. We koesteren onze mummies, maar willen ze niet exploiteren", vertelt Leen Moerland, ouderling en sleutelbewaarder van het Thoolse godshuis.

Moerland zwaait een deur open. Het is een opbergruimte, niets lijkt te wijzen op het feit dat onder dit deel van de kerk de op natuurlijke wijze gemummificeerde lichamen van de Van Vrijberghes liggen. Hij wijst op een grijze grafsteen die verstopt is achter een paar kasten. ,,Toen deze steen tijdens de restauratie van de kerk in 1947 werd gelicht, ontdekten ze de mummies. De lichamen lagen destijds op een andere plek, in de zuidwesthoek van de kerk. Op de grafsteen stonden zes namen, maar uiteindelijk troffen ze veel meer lichamen aan. Al heel snel kwam het besef dat ze iets bijzonders hadden gevonden."

Bijzonder verhaal
Fred van den Kieboom, archivaris van de gemeente Tholen, publiceerde onlangs in het Zeeuws Tijdschrift een artikel over de mummies. ,,Het blijft een bijzonder verhaal. Toen ik alle informatie over dit onderwerp vergeleek, viel me op dat er nogal wat verschillende jaartallen, feiten en aantallen worden genoemd. Voor mij een reden er eens dieper in te duiken."

Van den Kieboom ontdekte in de archieven dat op 7 januari 1947 in bijzijn van burgemeester en kerkvoogden in de tombe 21 eikenhouten lijkkisten zijn aangetroffen. Bij het openen ervan stuitte het gezelschap op de gemummificeerde lijken van mannen, vrouwen en kinderen. ,,Dat een paar weken later een zware delegatie naar Tholen afreisde om de vondst te bekijken, zegt genoeg. Dan heb je het onder meer over een afvaardiging van het Anatomisch-embryologisch Laboratorium van de Rijksuniversiteit Leiden en de Commissie voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. De Thoolse burgemeester Van der Hoeven was een verklaard voorstander van een gedegen onderzoek naar de mummies, maar het kerkbestuur stond hier afwijzend tegenover. De leden wilden de lichamelijke overblijfselen zo snel mogelijk herbegraven."

Laboratorium
Toch werd kort na de vondst een aantal mummies overgebracht naar het laboratorium van de Leidse universiteit. Daar werden ze slechts oppervlakkig onderzocht en was er nog geen duidelijkheid of de lichamen waren gebalsemd of niet. Van den Kieboom: ,,In Leiden wisten ze niet wat ze ermee moesten beginnen. Tentoonstellen zoals de mummies in de kerk van Wieuwerd of wat? Die keuze was voor de Tholenaren echter niet zo moeilijk. De kerkenraad stelde: 'Het is gin kiekdôze'.''

In de tussentijd was de bouw van een waterdichte kelder onder het noorderportaal begonnen, de plek waar de mummies hun laatste rustplaats zouden krijgen. Die kelder kwam volgens Van den Kieboom in 1952 gereed. Het zou nog twee jaar duren eer de daadwerkelijke herbegrafenis plaatsvond.

,,In 1952 brachten ze de resterende lijken vanuit de kerk naar Leiden voor nader onderzoek. Professor A. de Wilde leidde dat. Hij concludeerde dat de lijken door een bepaalde luchtkwaliteit snel waren verdroogd. Van balsemen was geen sprake, omdat resten van inwendige organen werden gevonden. Daarnaast vonden ze in enkele kisten kledingstukken, zoals het lijngewaad met linnen mutsje van het jonge meisje."

De vraag blijft nog steeds overeind van wie de overblijfselen waren. En hoe het meisje met het mutsje heette, zegt Van den Kieboom.

Echtpaar
,,De grafschriften geven daar aanwijzingen voor, maar ze bevatten slechts zes namen met overlijdensdata over de periode 1678-1688. Van wie waren de overige lichamen? Zeker zijn we over het echtpaar Johan van Vrijberghe en Catharina Oysel en drie van hun kinderen, van wie de namen op de tombe zijn aangebracht. Dit echtpaar had echter nog acht kinderen. We denken dat ook zij in de grafkelder terecht zijn gekomen. Er was nog een grafschrift, dat van een kleindochter. Zij was de eerste dochter van Levinus Jacobus van Vrijberghe en Catharina van Ackerlaken. Het is aannemelijk dat dit echtpaar en hun kinderen in de jaren tot 1705 in de grafkelder zijn bijgeplaatst. In totaal komen we dan uit op exact 21 personen."

In november 1954 zijn de mummies in zinken kisten gelegd die vervolgens luchtdicht zijn afgesloten. Van den Kieboom verwacht dat de conditie van de lichamen hierdoor niet achteruit is gegaan. Dat de lichamen niet helemaal compleet zijn herbegraven, blijkt uit een brief die de directeur van het Leidse universiteitslaboratorium in 1957 schrijft aan het Thoolse gemeentebestuur. Daarin zegt de directeurt dat een aantal losse beenstukken wordt bewaard in het lab.

Geen budget
Ouderling Leen Moerland belde tien jaar geleden naar de universiteit met de vraag of deze delen er nog steeds liggen. En of de onderzoekers nog belangstelling hadden voor DNA-onderzoek op de mummies. ,,Zodat we 100 procent kunnen vaststellen of het allemaal Van Vrijberghes zijn. Ik kreeg te horen dat er geen budget was voor nader onderzoek, dus we weten het nog steeds niet zeker", zegt Moerland.

Navraag nu bij de universiteit leert dat niemand weet of er nog steeds resten van de Thoolse mummies in Leiden liggen. Moerland: ,,We hebben er op zich vrede mee, we laten de mummies met rust."

Volledig scherm
Volledig scherm
© Richard Gesell
Volledig scherm
© Richard Gesell
Volledig scherm
© Richard Gesell
Volledig scherm
Volledig scherm
© Richard Gesell
Volledig scherm
© Richard Gesell

In samenwerking met indebuurt Bergen op Zoom