Die opzet slaagt. De nieuwe DAF-fabriek draait al snel op volle toeren, ondanks dat de wagens in de volksmond smalend 'truttenschudder' worden genoemd en DAF wordt uitgelegd als 'Duwen Anders Fietsen'. De autoproductie en het aantal medewerkers stijgen jaarlijks. In totaal zal DAF ruim 400.000 auto's maken in Born.
Maar alle succes ten spijt, in het buitenland willen de DAF'jes maar niet populair worden. Om de ontwikkeling en productie van nieuwe modellen betaalbaar te houden, moet DAF op zoek naar internationale samenwerking. Die wordt gevonden in Volvo. DAF is dan al opgesplitst in twee delen: een divisie voor personenauto's en eentje voor vrachtwagens. In 1975 nemen de Zweden DAF-personenauto's over en komt op de gevel van de Bornse fabriek Volvo Car BV te staan. Volvo gaat niet alleen verder met de productie van succesvolle DAF-modellen onder eigen naam, maar introduceert in Limburg ook nieuwe modellen zoals de 300- en de 400-serie.
Door de toenemende concurrentie, met name uit de Aziatische landen, staat de auto-industrie onder steeds grotere druk. Alleen door heel efficiënt en flexibel te werken kan Born blijven meedoen. Die eisen gelden niet alleen voor het personeel, maar ook voor het productieproces. Het wordt Volvo namelijk in de jaren '80 duidelijk dat ze jaarlijks niet meer dan zo'n 120.000 'Limburgse' auto's kan afzetten, terwijl de fabriek op termijn pas goed rendeert bij 180.000 exemplaren. Een even simpel als vooruitstrevend idee is geboren: bouw in dezelfde fabriek auto's voor twee merken. Die mogen uit concurrentieoverwegingen natuurlijk niet te veel op elkaar lijken, maar moeten vanwege de efficiëntie ook niet te veel van elkaar afwijken. De Japanse fabrikant Mitsubishi durft het avontuur aan en stapt in 1991 in het project. Volvo, Mitsubishi en de Nederlandse Staat bezitten elk een derde van de aandelen en investeren 3 miljard gulden in 'Born'. Volvo Car wordt omgedoopt tot Netherlands Car BV, kortweg NedCar.
De twee-in-eenfabriek is een gouden greep. Nadat koningin Beatrix de vernieuwde fabriek in 1995 heeft geopend, lopen de productieaantallen van de Carisma (Mitsubishi) en de V40 en S40 (Volvo) gestaag op naar 262.196 auto's in 1999. Dat record staat nog steeds.
De opleving is echter niet van lange duur. Vanaf 2001 zet het verval van de fabriek van Born in. Volvo kondigt aan in 2004 te stoppen met NedCar; Mitsubishi wordt volledig eigenaar. Oorspronkelijk is de bedoeling dat het Duitse DaimlerChrysler de helft van de aandelen van Mitsubishi overneemt, maar de verhouding tussen de twee concerns is stroef. In februari maakt Daimler bekend niet in NedCar te willen investeren. Inmiddels zakken de autoverkopen en daarmee de productie in. Van de 6.500 banen verdwijnen er in 2001 1.600.
Twee jaar later gloort er nog eventjes hoop. Ondanks alle perikelen beginnen Mitsubishi en DaimlerChrysler in 2004 naast de Colt met de productie van de Smart Forfour, het compacte stadsautootje voor vier personen. De verwachting zijn hooggespannen, er worden honderden extra werknemers geworven, maar de verkoopcijfers vallen erg tegen. Na tien weken mogen negenhonderd uitzendkrachten alweer thuisblijven. Daarna volgt de ene na de andere inkrimping.
In juli 2006 stopt DaimlerChrysler met de ForFour en trekt zich helemaal terug uit NedCar. Gevreesd wordt voor de banen van de 3.000 werknemers. In de daarop volgende jaren maken 1.200 mensen gebruik van een vrijwillige afvloeiingsregeling. Mitsubishi begint in 2008 in Born met de productie van de Outlander, maar bijna tegelijkertijd slaat de wereldwijde crisis toe.
Er rollen nu nog jaarlijks tussen de 40.000 en 50.000 auto's van de band, slechts een fractie van het productierecord dat nog maar dertien jaar geleden werd gevestigd. Tot eind dit jaar, dan is het wat Mitsubishi betreft echt afgelopen. Er zijn dan ruim 4,5 miljoen auto's geproduceerd in Born.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.















