Uiterlijk is er aan de Prius plug-in niet zo veel te zien; het is vooral het klepje op het rechterachterscherm dat duidt op de aansluiting voor een laadsnoer.
De aandrijflijn van deze Prius is niet bijster veel veranderd. Zowel de elektromotor als de benzinemotor drijven de voorwielen aan en kunnen dat ook naar wens samen doen. Het voordeel is dat mensen die veel korte afstanden rijden, dit geheel elektrisch volbrengen, maar dat de auto ook gewoon mee op vakantie kan. De Prius plug-in kan maximaal 25 kilometer met zijn acculading vooruit. Daarna slaat benzinemotor aan en functioneert de auto als iedere andere Prius.
Vanaf 38.990 euro wordt de plug-
in op de markt gebracht. Dat is liefst 13.000 euro meer dan wordt gevraagd voor de standaard Prius. Volgens de Europese cyclus verbruikt de auto 2,1 liter per 100 kilometer. Dat wordt weer vertaald in 49 gram per kilometer aan CO2-
uitstoot. Interessant, want dat betekent vrijstelling van wegenbelasting en ook bijtelling. Zakelijk dus aantrekkelijk, maar daarmee gaan we té snel voorbij aan de kracht van de techniek. Die zit niet bij de vertegenwoordiger die een paar honderd kilometer per dag over de snelweg scheert en de accu thuis niet oplaadt, omdat de baas dit maar moet betalen. Toch wordt dat de grootste doelgroep vanwege de 0 procent-bijtelling. Jammer!















