Het moet een bizar jaar zijn voor Henk Hofland. Dit jaar overleden zijn vrienden en geestverwanten Jan Blokker en Harry Mulisch. En nu, op de drempel van het volgende, krijgt hij de P.C. Hooft-prijs voor zijn essays, de hoogste literaire onderscheiding die er in Nederland te vergeven is. De onderscheiding, waaraan een geldbedrag van 60.000 euro is verbonden. wordt hem op 19 mei volgend jaar uitgereikt, twee dagen voor de sterfdag van de grote zeventiende-eeuwse dichter en toneelschrijver P.C. Hooft.
Mulisch, Blokker en Hofland waren niet alleen vrienden en geestverwanten, ze waren vooral tijdgenoten. En dat gaat nooit voorbij, schreef hij over hun kameraadschap. "We hebben de oorlog meegemaakt, de restauratie gezien, in Amsterdam de jaren vijftig en zestig beleefd. Altijd hebben we schrijvend ons brood verdiend, Harry met zijn boeken en Jan en ik als journalist. Op zeker ogenblik, waarschijnlijk ook al een jaar of dertig geleden (ik hou het niet bij) ontdekte Vrij Nederland dat we tot dezelfde generatie horen. Dat werd een interview met een vrolijk diner. We spraken af dat we het iedere vijf jaar zouden herhalen. Zo is het gebeurd. Op al die bijeenkomsten werd onze generatie weer geïnstitutionaliseerd. Nu kan het niet meer."
Mulisch vergeleek het werk van zijn vriend met dat van Arthur Conan Doyle, de geestelijke vader van Sherlock Holmes: "Dat is ook lectuur, geen literatuur." Doyle en zijn hoogbegaafde speurneus zijn nog steeds populair en Hofland op zijn beurt denkt dat de meeste schrijvers van zijn generatie over een halve eeuw niet meer worden gelezen.
Hendrik Jan Anton Hofland, geboren op 27 juli 1927 in Rotterdam, maakte een bliksemcarrière. Na een studie aan Nijenrode werd hij in 1953 buitenlandredacteur van het Algemeen Handelsblad (later NRC Handelsblad), waar hij kort daarop en tot 1972, deel uitmaakte van de hoofdredactie. Sindsdien schrijft hij ook boeken, waaronder romans als De alibicentrale, waarmee hij minder succesvol was. Hij bundelde veel van zijn onophoudelijke stroom columns en artikelen.
Loftuitingen kreeg hij genoeg. Hij ontving in 1996 de Gouden Ganzeveer, collega's riepen hem eind vorige eeuw uit tot journalist van de twintigste eeuw. In 2001 kreeg hij een eredoctoraat van de Universiteit van Maastricht.
Hofland is de tachtig al ruim gepasseerd, maar nog onverminderd energiek en vooral hoogst productief. In zijn krant, NRC Handelsblad, schrijft hij opiniestukken en over cultuur. Een wekelijks hoogtepunt op zaterdag vormen zijn Overpeinzingen onder het pseudoniem S. Montag. Een column die exact 640 woorden telt. Hij heeft er inmiddels meer dan 1500 geschreven, die zijn gebundeld in De kronieken van S. Montag.
Columns die ontstaan 'vanuit de warboel van mijn hersenpan'. Daarnaast schrijft Hofland voor De Groene Amsterdammer.
Hofland is een man die overal over schrijft en overal over kán schrijven, of het nu politiek, literatuur of architectuur betreft, voetbal of machines (een van zijn fascinaties). Hij doet dat met schijnbaar achteloos gemak, met een fijn pennetje en altijd in een bewonderenswaardig lichte, heldere en bondige stijl met trefzekere beelden. Hoe geliefd Hofland bij zijn lezers is, bleek tijdens de Nacht van de Columnist, toen hij in een uitverkochte Stadsschouwburg in Amsterdam bijna twee uur lang zat te signeren, terwijl zijn collega's zich allang aan meer relaxte bezigheden wijdden.
Hofland is een reiziger, een kosmopolitiet die zich net zo thuisvoelt in Amsterdam als in New York, al ziet hij in de hoofdstad soms met lede ogen de volkse uitwassen aan, zoals met Koninginnedag of tijdens het afgelopen WK voetbal.
"Ik ken niemand die zo weinig veranderd is", zei Hans van Mierlo over hem, zijn inmiddels ook al overleden vriend, oud-collega en Minister van Staat.
In het filmportret met de veelzeggende titel De deftige anarchist dat Cees Overgaauw een paar jaar geleden van Hofland maakte, zien we de altijd jongensachtig gebleven krasse senior in zijn kamer in het Chelsea Hotel op zijn laptop tikken. Een solitair levende man die de indruk wekt zich volkomen met het leven verzoend te hebben.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.






















