Ghostriders van buurtschap Stuivezand tijdens het Zundertse bloemencorso van vorig jaar. foto Peter van Trijen/het fotoburo
ZUNDERT - De een noemt het kunst, de ander een geweldige traditie. Maar wat het ook is, het imago van oubolligheid kleeft aan het Zundertse Bloemencorso als kauwgum aan een kunstgebit. Terecht of onterecht?
Zie ook:
Vraag een willekeurige Zundertenaar wat het corso voor hem betekent, en grote
kans dat hij of zij even stilvalt. En naarstig op zoek gaat naar de
overtreffende trap om dat diepgewortelde gevoel, het zogenoemde corsovirus,
te beschrijven. Een way of life, zegt de een. Een leven zonder is niet
denkbaar, aldus de ander.
Een opmerkelijke uitspraak werd ooit gedaan door de 41-jarige natuurkundige en
vader van drie kinderen, dr. Paul Bastiaansen: "Het mooiste compliment
dat iemand mij kan geven is door te zeggen dat ik een echte corsobouwer ben."
Het illustreert min of meer de enorme passie die al generaties lang leeft in
de Zundertse gemeenschap, en het belang om daarbij te horen.
Bastiaansen: "Het corso bepaalt mijn identiteit. Ik vraag me wel eens af
hoe mijn leven er uit had gezien als ik deze keuze niet had gemaakt. Maar ik
heb er geen spijt van. Het fenomeen van een gemeenschap die belangeloos
enorm veel tijd en energie steekt in het bouwen van wagens, jaar in, jaar
uit, dat fascineert mij mateloos. Daar kan ik geen genoeg van krijgen."
De corsofanaat is een van de samenstellers van het fotoboek Het Geheim van
Zundert waarin het evenement zelfs beschreven wordt als een religie. En de
bouwtenten als kerken.
Maar zoals dat gaat met geheimen zijn er veel mensen wel, maar nog veel meer
niet ervan op de hoogte. De happening trekt jaarlijks hooguit 50.000
bezoekers, wat niet veel is in vergelijking met andere grote volksfeesten.
Met als gevolg dat er al decennialang in Zundert wordt geklaagd, dat 'ze
boven de Moerdijk', niet weten hoe bijzonder en kunstzinnig de
bloemenpraalwagens zijn. En dat het onterechte imago van oubolligheid
hardnekkiger aan het corso kleeft als kauwgum aan een kunstgebit.
Het wordt beaamd door de 52-jarige Rinie van Tilburg, sinds dit jaar
voorzitter van de Stichting Bloemencorso.
"Dat imago achtervolgt ons nog steeds, maar het gekke is dat het altijd
mensen zijn die het corso nog nooit, of heel lang jaar geleden, gezien
hebben die er zo over denken."
Een verklaring zoekt hij in eigen gelederen. "Wij zijn altijd te veel
naar binnen gericht geweest. Al onze aandacht ging naar het bouwen van de
wagens, en we hebben het unieke en bijzondere karakter van het corso te
weinig uitgedragen."
Zo wil het maar niet lukken om Bekende Nederlanders, broodnodig voor een
beetje publiciteit, naar de grensgemeente te lokken. En wat vooral steekt:
van de koninklijke familie is nog nooit iemand geweest, terwijl het corso
toch in 1936 is ontstaan met het versieren van fietsen en karretjes ter ere
van de verjaardag van destijds koningin Wilhelmina.
Het geeft absoluut een gevoel van miskenning, trekt Van Tilburg een spijtig
gezicht. Want voor hem staat het als een paal boven water dat het Zundertse
corso op zijn gebied 'het grootste culturele en creatieve evenement van
Europa' is. "Daar ben ik van overtuigd."
Ook bioloog Pieter Meeuwissen (53) uit Nijmegen, al vele jaren een van de
vaste ontwerpers van het corso, baalt van de negatieve beeldvorming.
"Wat wij hier doen, is de absolute Europese top. Er is geen corso in de
Europa dat aan ons kan tippen. De wagen die hier de eerste prijs haalt,
wordt overal eerste. Dat durf ik wel te stellen."
Het woord ''oubollig'' wil hij nauwelijks in de mond nemen.
"Oubollig is als je het eerste beste plaatje uit een sprookjesboek bouwt.
Maar wij hebben hier ontwerpen, zo kunstzinnig dat ze niet zouden misstaan
in de hal van een museum."
Wat de pijn zou verzachten, is een beetje waardering van professionele
kunstenaars.
"Ik zou me erkend voelen als in kunstenaarskringen zou rond zoemen: 'als
je iets bijzonders wilt zien,moet je naar Zundert gaan'.
Piet de Jonge, oud-conservator (Boymans van Beuningen, Kröller-Müller, Van
Abbemuseum) en tevens fervent dahliakweker, was ooit jurylid van het
Bloemencorso. Nog steeds is hij dolenthousiast.
"Ik vind het een fantástische traditie. En helemaal niet oubollig. De
eerste keer wist ik niet wat me overkwam, ik had nog nooit zoiets bijzonders
gezien.
"Toch gaat het hem te ver om de corsowagens kunst te noemen. "Nee,
dat vind ik niet. Kunst is een moeilijk begrip. Als ik een beetje flauw ben,
dan zeg ik: kunst wordt gemaakt door kunstenaars. Maar ik begrijp niet
waarom ze zo graag erkenning willen van de kunstwereld. Ik zou zeggen: wees
trots op de traditie en niet zo gefrustreerd over het imago. Ik ken een hoop
kunstenaars die dolblij zouden zijn als 50.000 mensen naar hun expositie
zouden komen kijken. Het belangrijkste is dat de bouwers zelf realiseren dat
wat ze maken heel bijzonder en indrukwekkend is."
Voor meer info: www.stichtingbloemencorsozundert.nl
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.



Sorteer reacties

















