Cito-toets, waar maken we ons druk om?

Auteur: door Marom Ayoubi |   zaterdag 07 februari 2009 | 10:15 | Laatst bijgewerkt op: zaterdag 28 februari 2009 | 10:36

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Veel, vooral allochtone, kinderen worden doorverwezen naar een te laag schoolniveau met negatieve gevolgen voor hun verdere ontwikkeling en kansen in de samenleving. foto Robin Utrecht/ANP

Veel, vooral allochtone, kinderen worden doorverwezen naar een te laag schoolniveau met negatieve gevolgen voor hun verdere ontwikkeling en kansen in de samenleving. foto Robin Utrecht/ANP

Het advies van de basisschool, de Cito-toets en de selectiecriteria van het voortgezet onderwijs spelen een belangrijke rol bij de toelating tot de gewenste school voor voortgezet onderwijs.
Deze doorverwijs- en selectie-instrumenten zijn echter niet onfeilbaar. Daardoor worden veel, vooral allochtone kinderen doorverwezen naar een te laag schoolniveau met negatieve gevolgen voor hun verdere ontwikkeling en kansen in de samenleving.

Bij de overstap naar het voortgezet onderwijs moeten kinderen drie zenuwslopende hobbels nemen.

De eerste hobbel betreft het schooladvies naar aanleiding van diverse schooltoetsen en het oordeel van de leerkrachten op basis van 8 jaar basisschool. We weten in het dagelijks leven hoeveel zaken verkeerd gaan door communicatieproblemen en inschattingsfouten en dit gebeurt ook bij leerkrachten.

De school geeft aan dat het gaat om informatie die ze over acht jaar hebben verzameld. Maar als één leerkracht een negatief beeld geeft over een jongen in groep 5, wie voorkomt dan dat dit beeld automatisch meeloopt tot en met groep 8? In hoeverre start een leerkracht met een open blik of neemt hij voetstoots het beeld over dat de vorige collega hem aanreikt? Bovendien worden kinderen die tegensputteren al snel als 'sociaal onaangepast' gelabeld. Deze kinderen krijgen meestal vmbo-advies, hoe hoog hun Cito-scores ook mogen zijn. Velen hebben als onderbouwing gehad dat hun ouders niet voldoende toegerust zijn om hen te ondersteunen in het voortgezet onderwijs.

Hoe gekleurd de blik van leerkrachten is, blijkt ook uit het rapport 'Basisschooladviezen en etniciteit' dat door de gemeente Amsterdam in januari 2007 is gepubliceerd. Allochtone leerlingen die hoog scoren op de Cito-toets krijgen vaker dan autochtone leerlingen een lager schooladvies.

De tweede hobbel is de prestatiedruk tijdens de Cito-toets. Het moet allemaal tijdens die drie dagen gebeuren. Als je zenuwachtig bent of je toevallig net niet lekker voelt, dan ben je de klos. Verder is het zo dat de toetsen zijn ontwikkeld door en voor de gemiddelde Nederlander. Alles wat niet in dat plaatje past, loopt het risico buiten de boot te vallen. Dit geldt ook voor Nederlandse kinderen uit een zwak sociaal-economisch milieu.

Een derde hobbel is de ontvangende school die eisen stelt. Bijvoorbeeld een vwo-school die een minimum Cito-score van 544 eist van nieuwe leerlingen. Op die manier wil de school de uitvalpercentages zo laag mogelijk houden en zo goede sier maken op toekomstige voorlichtingsbijeenkomsten. Een kind met 541 heeft dus een probleem om toegelaten te worden of er worden voorwaarden aan verbonden. Als zijn ouders academisch opgeleid zijn, wordt het kind wel aangenomen. Het kind krijgt voor de eigen bescherming van de school een brief met de mededeling dat hij van school af moet als hij het eerste jaar niet haalt.

Het kind in de stress en wat zijn de effecten van die brief op zijn zelfvertrouwen?

De laatste trend is dat scholen voor voortgezet onderwijs bezig zijn om kinderen verdiepingslessen te laten volgen op hun school 'om het kaf van het koren te scheiden', zodat ze het neusje van de zalm uit groep 8 kunnen paaien en aan zich binden.

Ik kom nog steeds veel te veel allochtone jongeren en volwassenen tegen die te laag zijn doorverwezen en die een onnodig lange weg hebben moeten afleggen (vmbo, mbo, hbo) om uiteindelijk een universitaire opleiding te halen. Blijkbaar konden ze het dus wel, alleen zag de schoolomgeving hun potenties in eerste instantie niet. Sommigen hadden voldoende doorzettingsvermogen om die lange weg te volgen.

Enkelen kregen veel steun van hun ouders en hebben de langste weg alsnog gevolgd om uiteindelijk een hbo of universitaire opleiding af te ronden. Anderen waren minder bevoorrecht. Ze hadden niemand die hen ondersteunde, stimuleerde of in hen geloofde. Om wat voor reden dan ook, zijn ze de weg kwijtgeraakt, maakten de opleiding moeizaam af of verlieten de school vroegtijdig. Hierdoor blijft ontzettend veel potentieel onbenut en gaat verloren. Doodzonde!

Het kind moet weer centraal staan! De instrumenten zijn daarbij niet meer dan een hulpmiddel. We moeten op zoek gaan naar de ware talenten van kinderen en hen uitdagen om de grenzen van hun kunnen te verleggen.

De rol van hun ouders en leerkrachten, vanwege hun partnerschap in de ontwikkeling van het kind, is daarbij essentieel. Bij Palet, adviseurs diversiteit, ondersteunen we ouders en scholen, zodat zij gelijkwaardige gesprekspartners worden binnen de school. Op die manier wordt de kans op een evenwichtiger advies vele malen groter. Hierdoor kan de lijn van onterecht lage doorverwijzingen eindelijk eens worden doorbroken.

drs. Marom Ayoubi is onderwijsadviseur van Palet, adviseurs diversiteit.

© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.
 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
Er klopt helemaal niks van, je krijgt wat je verdient en daarmee uit.
Ik ben ook een allochtoon, ik heb VWO gedaan en zit nu op de universiteit.
Je kan dus wel degelijk iets bereiken als allochtoon.
Fatima - 28-02-2009 | 10:36
Afgelopen zaterdag las ik het hersenspinseltje 'Cito-toets, waar maken we ons druk om?' van drs. Ayoubi. Als leerkracht van een groep 8 van een basisschool met veel leerlingen van allochtone afkomst voelde ik me ernstig in mijn hemd gezet. En niet alleen mezelf, maar ook het Primair Onderwijs en het Voortgezet Onderwijs in het algemeen. Ik heb sterk het gevoel dat we in dit Calimero-verhaal worden afgeschilderd als een stelletje prutsers dat het voorzien heeft op allochtone leerlingen door ze bewust te laag te adviseren. In de verwijzing binnen het Primair Onderwijs naar het Voortgezet Onderwijs zouden zaken verkeerd gaan door communicatie- en inschattingsfouten, leerkrachten zouden niet starten met een open blik t.o.v. de nieuwe klas, leerlingen die tegensputteren, labelen we als sociaal onaangepast en verwijzen we naar het VMBO hoe hoog hun Citoscores ook zijn. En dit alles gebeurt natuurlijk niet bij de autochtone leerlingen. Ik werp deze grove beledigingen verre van mij.

Vervolgens moet het Voortgezet Onderwijs eraan geloven; leerlingen van academisch opgeleide ouders worden volgens de doctorandus wel aangenomen ten koste van kinderen met dezelfde capaciteiten van minder opgeleide ouders. Ook zou het VO bezig zijn leerlingen verdiepingslessen te laten volgen om slechts het neusje van de zalm uit groep 8 aan zich te binden. Het lijkt een duister complot tegen de leerling van allochtone afkomst en de leerling met niet hoog opgeleide ouders als ik het zo lees.

In één ding heeft Ayoubi natuurlijk meer dan gelijk. Het kind moet inderdaad centraal staan. En toetsinstrumenten zijn slechts een hulpmiddel. Als Ayoubi een weekje in het PO meedraait, zal ze zien en ervaren dat dat ook wel heel erg vaak zo is. Het kind stáát bij ons centraal en toetsinstrumenten zìjn slechts hulpmiddelen. De verwijzing van leerlingen naar het VO hangt niet af van één toets, maar van een volledig beeld dat wij van kinderen hebben, ondersteund door meerdere onafhankelijke toetsen.

Ik ga er van uit dat dit artikel de persoonlijke mening van mevrouw Ayoubi weergeeft en niet die van Palet als organisatie. Anders zal ik me in de toekomst ernstig bedenken nogmaals met Palet in zee te gaan.



Ja, ik ben boos en teleurgesteld als ik dit artikel van mevrouw Ayoubi lees; het schetst een eenzijdig en generaliserend beeld. Het heeft me diep, heel diep geraakt.



Marcel Broers, Breda



Marcel Broers - 10-02-2009 | 12:00

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Klik hier en lees het Privacy Statement


Zo reageert u:

Op de website van BN DeStem kunt u reageren op de artikelen. Soms worden (delen van) reacties ook gepubliceerd in de krant.

De redactie kan bijdragen zonder opgaaf van reden weigeren.

Daarbij hanteren wij onder meer de volgende voorwaarden:

Onder de reactie moet altijd uw voornaam, achternaam en woonplaats staan.

De reactie moet kort en bondig (max. 400 tekens) zijn.

De reactie mag niet beledigen, discrimineren of nodeloos kwetsen.

De reactie mag geen scheldwoorden of bedreigingen bevatten.

De reactie moet betrekking hebben op het artikel waaronder de reactie wordt geplaatst.

De reactie mag geen reclame-uiting bevatten.

De reactie mag geen privé-gegevens van derden bevatten.

De reactie mag geen links naar illegale zaken bevatten (software, muziek, etc.).

De reactie mag geen inbreuk zijn op het auteursrecht van anderen.

Reacties onder overduidelijk valse naam kunnen worden geweigerd.

De reactie moet begrijpelijk en leesbaar zijn.

De redactie houdt zich aanbevolen voor tips, maar zal niet tot plaatsing overgaan van:

Reacties die (impliciete) beschuldigingen of verdachtmakingen van misdrijven bevatten, zolang er (nog) geen gerechtelijke uitspraak is.

Reacties die de identiteit van verdachten onthullen. Evenmin van slachtoffers, zolang de redactie geen bevestiging van de politie heeft (en wij mogen aannemen dat de familie is ingelicht)

Over het al dan niet plaatsen van reacties wordt niet gecorrespondeerd.

Het IP-adres van de afzender van een reactie wordt automatisch opgeslagen in het redactioneel systeem. Het kan worden afgestaan aan derden in het kader van een strafrechtelijk (voor)onderzoek, namelijk als de redactie van mening is dat een groot maatschappelijk belang in het geding is. Ook daarover wordt niet gecorrespondeerd.