Kinderen van de buitenschoolse opvang in Amsterdam bestuderen de placemat met daarop 1500 woorden die zij zouden moeten kennen. foto Ilvy Njiokiktjien/ANP
Kinderen verschillen enorm in hoeveel woorden ze kennen. Vierjarige kinderen die thuis Nederlands spreken en veel voorgelezen worden, kennen gemiddeld wel 3500 woorden.
Maar de woordenschat van vierjarigen die níet voorgelezen worden is veel kleiner, soms maar 1500 woorden. En kinderen waar thuis vaak een andere taal dan Nederlands wordt gesproken – en dat is in bijna de helft van de Amsterdamse gezinnen het geval – stappen de kleuterschool binnen met gemiddeld minder dan 1000 woorden in het Nederlands. Sommigen zelfs met minder dan 200 woorden!
Is dat een probleem? Ze leren de taal toch vanzelf wel, spelenderwijs? Ja, dat is een probleem, en nee, ze leren zoveel woorden niet spelenderwijs, hoe lief de juf ook is. Woorden zijn de sleutel voor schoolsucces Een kleuter die zo weinig Nederlandse woorden kent, heeft een probleem, nu en vooral ook later. Zo'n kind kan de juf die voorleest moeilijk volgen, heeft meer moeite met leren lezen in groep 3, blijft achter met begrijpend lezen en scoort op de Cito-toets in groep 8 lager op zowel taal als wereldoriëntatie. En dat zijn echt niet alleen allochtone kinderen die thuis voornamelijk Turks, Marokkaans of Berbers spreken, maar ook vaak autochtone plattelandskinderen.
In een onderzoek hebben we meer dan 1200 kinderen in heel Nederland gevolgd van groep 1 tot groep 8. In de loop van de tijd hebben we allerlei taal-, intelligentie- en leestoetsen afgenomen, tot en met de Cito Eindtoets Basisonderwijs. Ook zijn achtergrondgegevens en observaties op school verzameld en zijn er gesprekken met de kinderen opgenomen en geanalyseerd. En wat blijkt?
De woordenschat van een kleuter in groep 1 voorspelt het best zijn score op de Citotoets in groep 8! Natuurlijk speelt ook intelligentie, de opleiding van de ouders en de thuistaal nog een rol. Al die gegevens uit groep 1 samen verklaren ruim de helft van de Cito-score van dat kind acht jaar later, maar alleen zijn woordenschat in groep 1 verklaart al 38 procent! Het gaat niet vanzelf of spelenderwijs Als je weinig woorden kent, leer je er ook minder woorden bij. Dat komt omdat je onbekende woorden leert door die te raden op basis van de woorden eromheen. Maar als je die woorden eromheen óók niet kent, kun je ook niet meer goed raden en leer je er dus niks bij. Daarmee worden de verschillen tussen kinderen op school niet kleiner, maar juist groter.
Tot een jaar of acht leren kinderen 'vanzelf' zo'n 800 woorden per jaar erbij. Aan het begin van groep 3 kennen ze er gemiddeld 4500. Een kind dat met 1000 woorden groep 1 binnenkomt, moet er in de ruim twee jaar kleuteronderwijs dus 3500 leren om gemiddeld mee te kunnen in groep 3. Dat is 1500 woorden in een schooljaar van 38 weken: dat is 8 per dag. Elke dag weer 8 nieuwe woorden per dag! Dat kan alleen als je gericht aan die woorden werkt.
Op de placemat staan voor beide kleutergroepen 1500 woorden op het menu. Ik vind dat een ludieke manier om een belangrijk punt onder de aandacht te brengen.
De leerkracht wordt er dagelijks aan herinnerd de kinderen nieuwe woorden aan te leren. Uit ons onderzoek met gericht prentenboeken inzetten voor uitbreiding van de woordenschat blijkt dat de kleuters met sprongen vooruitgaan. En het is ook leuk!
Anne Vermeer is onderzoeker op het terrein van taalverwerving en taalonderwijs en docent aan de Universiteit van Tilburg.


Sorteer reacties











