Goed nieuws voor Mariusz uit Polen. Hij had een prijs gewonnen! De vrouw aan
de telefoon vertelde dat hij mocht kiezen: een fotocamera of een reis voor
twee personen naar Spanje. Mariusz koos voor de reis.
Een paar weken later belde de mevrouw weer. De reis was rond en ze had de
gegevens van zijn partner nodig. Mariusz gaf de naam van zijn vriend. Het
bleef even stil aan de andere kant van de lijn. Wat bleek het geval? De
partner moest een vrouw zijn. Maar Mariusz wilde niet met zijn moeder naar
Spanje. Hij wilde die ervaring delen met zijn vriend. Het telefoongesprek
kreeg een ijzige toon. Aan het eind zat Mariusz met lege handen. Ook naar de
camera kon hij fluiten.
Het verhaal van Mariusz is waar gebeurd. In
Polen is deze vorm van discriminatie nog steeds toegestaan. Een meerderheid
in het Europees Parlement wil hier een eind aan maken. Gelijke behandeling,
ongeacht seksuele voorkeur, handicap, leeftijd of geloof, zou niet alleen op
de Europese arbeidsmarkt moeten gelden, maar ook op de markt voor goederen
en diensten.
Discriminatie naar ras en sekse is op dit terrein al
verboden. Het is nu hoog tijd voor een 'horizontale richtlijn' die alle
discriminatie uitbant. Want een Europa dat wel obstakels slecht voor
bedrijven, maar geen rechten schept voor burgers, is uit balans.
Onder druk van het Europarlement heeft de Europese Commissie in juli zo'n
horizontale richtlijn voorgesteld. De weerstand, zo verwachtten we toen, zou
vooral komen van conservatieve landen. Maar nu dreigt ook het Nederlandse
parlement dwars te gaan liggen. Een monsterverbond van rechtse partijen en
de SP staat huiverig tegenover het Europese wetsvoorstel.
De
bezwaren lopen uiteen en zijn deels tegenstrijdig. De ene partij is bang dat
de godsdienstvrijheid aan banden wordt gelegd, de andere vreest juist dat
moslims te veel rechten krijgen. De SP grijpt elke kans aan om 'Brussel' de
wacht aan te zeggen, met als gevolg dat de solidariteit met de verdrukten
wordt bepaald door landsgrenzen.
Terwijl de Nederlandse regering
het Europese wetsvoorstel omarmt, wil de Tweede Kamer van het
antidiscriminatiebeleid een nationale zaak maken. De teneur is: dat kunnen
alle landen prima zelf regelen.
Wij zijn daar niet zo zeker van.
Anders dan bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk doet Nederland weinig aan de
gelijke behandeling van mensen met een handicap. Onze zuiderburen lopen
voorop bij het bestrijden van leeftijdsdiscriminatie. Europese wetgeving kan
ook voor velen in Nederland een steun in de rug zijn.
De
Nederlandse volksvertegenwoordigers moeten ook meewegen wat hun opstelling
betekent voor de rest van de Europese Unie. Een veto uit Den Haag zal andere
Europeanen in de kou laten staan. Mensen die openlijk homo zijn hebben soms
grote moeite om huisvesting te vinden, niet alleen in Polen. Voor
gehandicapten blijven nog veel deuren gesloten. Ouderen of jongeren worden
regelmatig als klant geweigerd omdat ze een 'slecht risico' vormen. Moslims
staan onder voortdurende verdenking.
Deze misstanden kan de EU
niet in haar eentje oplossen, maar het ligt wel op haar weg om gelijke
behandeling voor te schrijven op het terrein waarvoor zij bevoegd is: de
markt.
De EU telt inmiddels 27 landen met een bonte verscheidenheid
aan culturen en levensstijlen. Uit deze diversiteit kan Europa kracht
putten, mits we het eens worden over een aantal uitgangspunten die vreedzaam
samenleven en samenwerken mogelijk maken. En één daarvan moet zijn: geen
discriminatie.
Kathalijne Buitenweg (GroenLinks) is
europarlementariër en namens het Europees Parlement rapporteur voor de
antidiscriminatierichtlijn. Tineke Strik (GroenLinks) is lid van de Eerste
Kamer.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.

Niet beschikbaar!














