De werkloosheid was vorig jaar op het hoogtepunt van de crisis met 4,8 procent niet eens de hoogste van afgelopen vijf jaar. In 2006 was het werkloosheidspercentage 5,5 procent. De economische cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gisteren presenteerde over het jaar 2009, ontrafelen eindelijk het raadsel dat de crisis zo gemakkelijk aan de arbeidsmarkt voorbij ging.
In de eerste plaats is een groot deel van de werkloosheid opgevangen door zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) en uitzendkrachten. Ook het aantal schoolverlaters is afgenomen. Meer jongeren besloten door te studeren in plaats van een baan te zoeken.
Daarnaast is de lage werkloosheid een verdienste van het kabinet van CDA, PvdA en Christenunie. De deeltijd-WW heeft de namen van veel werknemers, vooral in de industrie, uit de kaartenbakken van het voormalige arbeidsbureau CWI gehouden.
Inmiddels neemt de werkgelegenheid alweer snel toe, vooral in de industrie groeit het aantal banen.
De meest uitdagende verklaring voor de goede werkgelegenheidscijfers ligt in de krimpende beroepsbevolking. Het tweede kwartaal van 2010 was het aantal mensen tussen de 15 en 65 jaar dat wil en kan werken, 60.000 lager dan dezelfde periode vorig jaar.
In een crisis is een krimpende beroepsbevolking welkom. Maar als de economie aantrekt en de vraag naar arbeid groter is dan het aanbod, zorgt een tekort aan werknemers voor grote problemen. De stijgende lonen bedreigen de concurrentiekracht van Nederland en steeds minder mensen moeten de kar trekken.
Om die uitdaging het hoofd te bieden, is lef nodig. Voor een stijging van de productiviteit moeten meer ouderen aan het werk blijven (de AOW-leeftijd dus omhoog) en moet de economische politiek gericht zijn op innovatie.


















