De conclusies zijn hoopvol. Op industrieterrein Moerdijk bijvoorbeeld zitten legio bedrijven die met hun restwarmte nu nog niets doen. Of er zelfs geld voor kwijt zijn om het warme afvalwater, voordat ze dat kunnen lozen, af te laten koelen.
Volgens de onderzoekers kan met een investering van enkele miljoenen veel van die restwarmte opnieuw gebruikt worden in de tuinbouw in de nabijgelegen Spiepolder of voor de verwarming van woonwijken. De investering kan binnen een paar jaar worden terugverdiend. Ook in Roosendaal zijn er mogelijkheden rond de nieuwe verbrandingsoven die afvalverwerker Sita daar de komende jaren bouwt. De afvalwarmte die straks vrijkomt bij de nieuwe oven kan zonder veel problemen gebruikt worden voor het verwarmen van het water in het even verderop gelegen zwembad De Stok of voor het verwarmen van het Roosendaalse Franciscus-ziekenhuis.
De bijna tot op de laatste stoel gevulde zaal in het Trivium hoorde de mogelijkheden om jaarlijks veel geld op het gas- en elektriciteitsverbruik te kunnen besparen geamuseerd aan.
Toch werd door een enkeling ook een kanttekening geplaatst. Zoals Jacco Rentrop, manager milieu en veiligheid op industrieterrein Moerdijk. Rentrop, zelf ook een groot voorstander van een betere benutting van restwarmte, wees kritisch naar de overheid. "Die moet wel betrouwbaar zijn", doelde hij op problemen waar bedrijven in het verleden op stuitten als ze een pijp wilden aanleggen om restwarmte aan een ander bedrijf te kunnen leveren. Zo had een onderneming op Moerdijk ooit het plan opgevat om via een pijpleiding vrijkomend CO2 aan een tuinbouwbedrijf in Zuid-Holland gaan leveren. "Dat bedrijf had er een miljoen in geïnvesteerd. Maar wat deed minister Pronk? Die haalde er een streep doorheen, die pijp kwam er mooi niet."


















