De architecten Ad Kil (links) en Ro Koster: 'We nemen te veel van de aarde zonder iets terug te geven.' foto Peter van Trijen/het fotoburo
En het aardige is, vinden ze, dat deze filosofie veel vrolijker en minder dwingend is dan de traditionele duurzaamheidsprincipes waar ze zich niet zo bij thuis voelden. Toen de documentaire werd uitgezonden, waren de mannen bezig met een bamboe-project, dat meteen het eerste c2c-product opleverde: een zelf te vouwen doodskist van bamboe in combinatie met biologisch afbreekbaar plastic. In de draagbanden zaadjes van de es die het lichaam en de kist transformeren naar een nieuwe levensvorm. Het symboliseert de levenscyclus, een belangrijk element in het cradle-to-cradle-denken.
Voor Ad en Ro is dat denken iets vanzelfsprekends geworden. "We proberen het zoveel mogelijk toe te passen, soms ook zonder dat opdrachtgevers het weten. Als het gevoelig ligt, fietsen we het er gewoon in. Het gaat er niet om een label op een ontwerp te plakken, het gaat om het wezen van je ontwerp, iets bedenken waarbij de gebruikte materialen zoveel mogelijk hergebruikt kunnen worden in een ander product of totaal onschadelijk kunnen worden afgebroken."
Een mooi voorbeeld daarvan is 'de nieuwe Praxis' in Roosendaal. Ad en Ro kozen daar – met instemming van het eigenaarsechtpaar Van Pul – voor het gebruik van vurenhout. Niet bepaald een houttype dat lang meegaat. Maar door het te 'koken' en te 'bakken' kan het de kwaliteit van het duurzame teakhout krijgen. "Het wordt verhit met stoom en daarmee verandert de structuur", legt Ad uit. "Het gevolg is dat het langer meegaat en dat je het daarna gewoon op de composthoop kunt gooien."
De nieuwe Praxis kreeg ook een zogeheten groendak. Een dak waarop mos, vetplantjes en kruiden op een rubber ondergrond groeien. "Het isoleert en dat betekent minder kosten voor verwarming en koeling", zegt Ro. "Daarnaast voegt het wat toe aan de biodiversiteit van de omgeving. Er komen bijvoorbeeld vogeltjes in het groen nestelen." Je moet er eerst wel flink in investeren, geven de architecten toe, maar omdat zo'n dak minstens vijftig jaar meegaat, haal je dat er gemakkelijk uit.
Voor Jan en Claudia van Pul waren die extra kosten in ieder geval geen reden om er vanaf te zien. "Wat we vanwege de kosten wél schrapten, waren zonnecollectoren." De belangstelling van collega-ondernemers is groot, merkt Jan. "Voor de bouwmarktenwereld is ons gebouw uniek. We bekijken ook of we ons assortiment kunnen uitbreiden met bepaalde duurzame artikelen, zoals bijvoorbeeld verfsoorten die cradle-to-cradle zijn, of duurzaame houtsoorten."
Een milieuvriendelijke noviteit bij Praxis is bijvoorbeeld de trap van kerto. Dat is een supermultiplex uit Finland dat inmiddels zo'n acht jaar bestaat. Het is 'sterk naar één kant', waardoor het 'zichzelf draagt' en dat maakt een stalen ondersteuning overbodig.
Maar één ding is nog niet goed aan kerto: de lijm tussen de lagen is niet afbreekbaar. Daarom gingen de ontwerpers voor toekomstige projecten op zoek naar vergelijkbaar materiaal zónder lijm en dat vonden ze in Inholz. Die speurtocht geeft goed weer hoe de verbreiding van het c2c-denken werkt: als een vliegwiel zet de een de ander aan het werk.
Via-via contacten leidden ook tot een nogal exotische schetsontwerpopdracht van Qatar Airways, dat een trainingscentrum voor het cabinepersoneel nodig heeft. Ook hier een groendak, en een houten constructie waarin een kantoor, leslokalen en een zwembad kunnen worden ondergebracht. Het wachten is nog op groen licht van de sjeik van Qatar.
Veel tastbaarder is het tijdelijke mobiele museumcafé dat ze voor het Duitse Bergisch Gladbach bedachten. "Voor de expositie Leven in Karton vroegen zij ons iets te doen, omdat we eerder een kartonnen kantoor hadden ontworpen. Eerst dachten we aan een café van balen oud papier, maar dat was te duur vanwege de kosten voor brandveiligheid. Toen werden het verrijdbare kartonnen koffiehokjes voor twee personen die over het marktplein zwerven en door het museumpark. De bedoeling is de mensen te verleiden elkaar te ontmoeten. Het lijkt op speeddaten, want in zo'n kleine ruimte is het al gauw intiem. Vonden we leuk omdat een museum vaak toch een formele wereld is."
Als de expo over vier maanden afloopt, zijn de hokjes op en wordt het karton als oud papier verwerkt.
Niet erg, want het bedenken van dingen is de grootste kick, vinden Ad en Ro. "Maar wel heel erg cradle-to-cradle."


















