De crisis op de internationale effectenbeurzen lijkt niet te stoppen. Al
weken is het vertrouwen van beleggers volledig zoek. De financiële wereld is
in paniek, banken zijn lamgeslagen. Honderden miljarden zijn in rook
opgegaan.
Virtueel geld weliswaar, maar wel geld op basis waarvan banken talloze
financieringen hebben verstrekt en waarop pensioenen en levensverzekeringen
zijn gebouwd. Ook is het geld op basis waarvan bedrijven en consumenten
beslissingen nemen om te investeren. Wie zich rijk waant, koopt eerder een
auto, om maar een voorbeeld te noemen. De hele economie wordt daarmee door
de effectenbeurzen beïnvloed.
Ook Nederland ontspringt de
dans niet. Het knettert op onze effectenbeurs. De belangrijkste Amsterdamse
beursindex, de AEX, dobberde gisteren rond de 260 punten. In een jaar tijd
is daarmee ruim 50 procent van de waarde van aandelen verdampt: Vorig jaar
zomer stond de index nog boven de 560 punten. Wie in 2000 een vermogen in
aandelen belegde, zit helemaal in zak en as. In de zomer van dat jaar stond
de AEX op 703 punten. Wie destijds 100.000 euro in aandelen stak, heeft nog
maar 35.000 euro over.
Alle koerswinsten na 1996 zijn inmiddels
weg: De AEX staat weer op waarden die in 1996 nog juichend werden begroet.
Alleen rondom de Amerikaanse inval in Irak (maart 2003) was het koersniveau
nog iets lager. Hoe heeft het de laatste maand zo ver kunnen komen? Waarom
doet de beurs wat-ie doet? Niemand lijkt het nog te weten. Analist Corné van
Zeijl van SNS-Bank, die doorgaans zijn woordje wel klaar heeft, weet het ook
niet meer. "Ergens ligt een bodem. Hopelijk niet in de buurt van nul"
, stelt hij gekscherend vast. "Ik kan nu wel zeggen dat we het dieptepunt
gehad hebben, maar voor hetzelfde geld gaat er nog 10 procent vanaf. Er is
hier en daar al sprake van paniek."
De beursvloer is een
casino geworden waar het geld in het niets lijkt te verdwijnen. Ieder
bericht wordt negatief uitgelegd. Miljardeninjecties van overheden of
centrale banken worden gezien als een bevestiging van het feit dat het
slecht gaat. Historisch gezien is blinde paniek vaak nodig om een kentering
te veroorzaken. Daarbij hoort een koersval op een dag van meer dan 10
procent. Lage koersen bij zo'n 'paniekaanval' vormen voor beleggers een
psychologisch anker, weet ook Van Zeijl. "Ze hebben dan een dieptepunt
om op terug te kijken. Als je steeds dieper zakt, is het afwachten waar de
bodem ligt. Bij een bodem kun je weer vooruit."
Welke
partijen zijn op dit moment aan het verkopen? Een oud (beurs)gezegde luidt
immers dat je moet stilzitten op het moment dat je geschoren wordt. Volgens
een ander 'financieel spreekwoord' moeten juist geen vallende messen worden
opgevangen. Met andere woorden: is de stemming eenmaal echt negatief, dan is
het beter weg te blijven van de aandelenhandel.
Particulieren zijn
nu wel zenuwachtig, maar doen hun stukken volgens banken niet massaal van de
hand.
Vooral de professionele partijen bepalen momenteel de toon
op de effectenbeurzen en doen hun stukken van de hand. Wie die partijen
zijn? Fondsbeheerders van pensioenfondsen en vermogende
beleggingsmaatschappijen, ook wel institutionele beleggers genoemd. Die
laatste partijen konden tot voor kort belang hebben bij een flinke
koersdaling, door eerst aandelen te verkopen om ze later weer terug te kopen
(short naked). Deze beleggingsvariant is in Nederland onlangs verboden. De
koersdaling van nu lijkt daarom vooral gevoed door twijfel en gebrek aan
vertrouwen. Kapitaalkrachtig geachte banken komen wereldwijd in grote
problemen en durven elkaar geen geld te lenen. Een recessie wordt door die
financiële krapte onvermijdelijk.
Dat de huidige crisis
vooral door de bankensector wordt veroorzaakt, onderscheidt de ellende van
eerdere beursperikelen in 1987, 1989 en de periode tussen 2000 en 2003. In
1987 zorgde de plotseling sterk opgelopen rente voor een kortstondige
paniekgolf en een beurskrach in oktober van dat jaar.
De
Amerikaanse beursindex Dow Jones daalde op 19 oktober van dat jaar ruim 20
procent. Anderhalf jaar later was die daling alweer goedgemaakt. In 1989
ontstond, ook al in oktober, opnieuw paniek die leidde tot een forse
koerscorrectie. Daarna konden beleggers tot 2000 een fortuin verdienen. De
internetzeepbel die in dat jaar uit elkaar klapte, zorgde tot 2003 opnieuw
voor financiële ellende.
Daaraan kwam een abrupt einde door
de inval van de Verenigde Staten in Irak.
Wanneer het nu ophoudt,
kan niemand met zekerheid zeggen. Dat de koersen ooit weer omhoog gaan is
echter zeker. Het is afwachten tot het moment dat pensioenfondsen en andere
grote beleggers hun geld weer durven te investeren in aandelen. De fondsen
hebben intern afgesproken dat ze een vaststaand deel van hun totale vermogen
in aandelen moeten beleggen. Meestal is dat rond 40 procent, de rest wordt
in zogenaamde vastrentende waarden (vooral obligaties) gestoken. Door de
huidige beursmalaise is het percentage aandelen in de totale portefeuille
van pensioenfondsen flink gedaald. Er komt automatisch een moment, waarop
instappen geboden is. Wie dat moment juist kan voorspellen, is in de
toekomst spekkoper. Vragen, suggesties of reacties:
nieuwsredactie@wegener.nl
















