Jan Frijters en Rinus Adriaansen, beiden bijna dertig jaar buschauffeur. "Je wilt niet weten hoeveel ritten er hier uitvallen door alle bezuinigingen." foto Edwin Wiekens/het fotoburo
BREDA - Diep in hun hart vinden ze staken verschrikkelijk.
Dat doe je je publiek niet aan. Vinden Rinus Adriaansen (bijna 60, 28 jaar buschauffeur) en Jan Frijters (52 jaar, bijna dertig jaar op de bus). Frijters: "Ik wordt gebeld door een dorpsgenote van tachtig. Die moet naar het ziekenhuis om een heupfoto te laten maken. Dan moet ik zeggen: nee, mevrouw, we rijden echt niet. Dat doet echt zeer."Maar ze staken mee. Ze zijn de onttakeling van hun bedrijf en hun vak ook zó beu. Onder de vlag van 'marktwerking' wordt een mooi beroep om zeep geholpen en worden van bevlogen mensen hokjes in een rooster gemaakt.
Het idiote is: hun bazen willen die afbraak evenmin. Ook 'diejen dikke', zoals Veoliadirecteur Ton Kienhorst vanwege zijn embonpoint in het chauffeurslokaal heet, spreekt met veel respect over de chauffeurs. Maar ze moeten wél moderner werken. Productiever worden.
Want de onderneming heeft zich in een contract verplicht busdiensten te rijden tegen financiële vergoedingen van de provincie. Die blijken, nu de kosten van onder meer brandstof snel oplopen, te laag. Maar contract is contract en de hoogste bazen van Veolia in Frankrijk zijn intussen ook overgoten met het Sarko-sop: geen gezeik, allemaal rijk.
Ondertussen is het een zooitje bij Veolia in Breda, als we de chauffeurs mogen geloven. "Je wilt niet weten hoeveel ritten er elke dag uitvallen", zegt Adriaansen. Een procent of tien van alle ritten wordt geschrapt. Want een chauffeur heeft zich verslapen. Of blijkt ziek. Adriaansen: "Een jaar of wat terug, toen het hier nog BBA was, zat er hier een controleur. Die had ook reservechauffeurs ter beschikking. Hij pakte dus de telefoon als er een chauffeur ontbrak. In die tijd werd de 115 uit Zundert van zes uur 's ochtends altijd gereden. Nu valt hij er af en toe uit. Leuk voor de mensen die tot aan Breda bij de haltes staan. Maar die controleur én de reserves zijn allemaal wegbezuinigd." Frijters: "En dan ben je niet blij als je de volgende rit mag rijden."
Er is meer wegbezuinigd. De centrale verkeersleiding in Tilburg. Die zit nu in Weert en weet dus niet meer waar Fijnaart ligt. Kleding lijkt luxe geworden. Adriaansen: "Ik vind dat je er achter het stuur netjes uit moet zien. Ik draag dus altijd een stropdas. In de BBA-tijd hadden we een kleermaker, Kattenburg. Daar kreeg je maatpakken van. Er was een budget voor elke chauffeur. Af en toe ligt er nu een berg pakken uit China. Mag je komen uitkiezen." De roldeuren van de remise Slingerweg staan al jaren wijd open. Frijters: "Die doen we nooit meer dicht, want je weet nooit of er een kapot gaat." Op de vorig jaar aangeschafte bussen zit ook al heel wat kleine schade. Schrammen, barsten in ruiten, een van het dak weggeslagen kap van de airco en hier en daar kapotte bekleding. "Vroeger werden die dingen meteen gerepareerd. Nu zie je stukken tape op de bus."
Met de privatisering en de marktwerking kwamen de managers. Sommigen werden van de bus geplukt. Dat was niet altijd een succes. Mindere goden hebben meer de neiging per memo of met veel 'kabaal' leiding te geven in plaats van te communiceren met de mensen. Ook dat heeft kwaad bloed gezet. Begrip verdween, werkoverleg is geschrapt - dat kost maar geld, vertelt het duo. Staafdiagrammen en strenge functioneringsgesprekken kwamen ervoor in de plaats. "Ze luisteren ook niet", zegt Frijters. "Ik meld dat er een grote computerbeurs in Utrecht is. Er moet dus extra capaciteit komen. Ze doen niks. Dus staan in Hank mensen vergeefs bij de halte. Je moet daar de snelweg af naar beneden, maar dat doet niet iedereen, want je kunt de mensen niet hebben. Dus zien de reiziger de bus over de A27 voorbij razen. Leuk toch?"
En over die '400' naar Utrecht gesproken: soms is de chauffeur te laat terug in Breda vanwege drukte op 'knelweg' A27. "Dan mag je vervolgens naar Zevenbergen. Maar dat red je niet op tijd en dan mis je in elk geval je pauze. Zo krap wordt er vaak geroosterd. Tja, dan valt zo'n dienst uit", zegt Adriaansen. Sommige chauffeurs beginnen op een dichterbij het eindpunt gelegen halte. Is er nog íets van een dienst over. Jongere chauffeurs zeggen vaak: ik heb recht op m'n pauze, dag klant.
De mannen realiseren zich dat de tijden zijn veranderd. "Niet alles was vroeger beter, maar je deed wel alles voor je klanten, voor je passagiers", zegt Frijters. "En als er een treinstremming was, pakte je met een paar man bussen en regelde je dat. En de visclub kreeg op zaterdag een bus mee naar Zeeland. Die sfeer, die is weg. Doodzonde."


Sorteer reacties














