Het internet wordt alsmaar belangrijker voor consumentenaankopen over de grens, maar het wordt de consument niet altijd gemakkelijk gemaakt. Als het wél lukt om iets via internet aan te schaffen, dan zijn de grensoverschrijdende bezorgkosten vaak onnodig hoog.
Veel consumenten zien er daarom maar vanaf. Dat beperkt hen volgens de Europese Commissie in hun keuzemogelijkheden, en schaadt bovendien de economie.
Kopen via internet kan een enorme bijdrage aan de economie zijn. "Wereldwijd wordt in de e-handel 6 triljoen euro omgezet, maar Europa loopt achterop", zei Eurocommissaris Neelie Kroes (Digitale Agenda) gisteren bij de presentatie van een pakket voorstellen van de Commissie om de handel via internet te bevorderen en veiliger te maken. Slechts een kwart van de Europeanen koopt wel eens iets via internet.
Maar de Europese consument aarzelt nog te vaak bij het grensoverschrijdend doen van aankopen, vooral waar het gaat om de veiligheid van zijn betalingen, de extra kosten en de service na levering. Bovendien heeft lang niet iedereen een kredietkaart, maar staat het betalen voor aankopen via internet met andere betaalwijzen nog in de kinderschoenen. Zo worden nationale bankkaarten vaak niet in het buitenland geaccepteerd.
De Europese Commissie wil dat er een Europees platform op internet komt, waar de consument met zijn klachten over internettransacties terecht kan. Nu heeft elk land nog zijn eigen regels, wat voor hindernissen zorgt bij het beslechten van geschillen tussen klanten en leveranciers. Later dit jaar komt Brussel met concrete voorstellen om de internethandel uit te breiden en veiliger en klantvriendelijker te maken.
Dat moet ervoor zorgen dat de Europese interneteconomie over drie jaar verdubbeld is, van 3,4 procent van alle aankopen in de detailhandel tot 7 procent.
"Juist in deze moeilijke economische tijden kan de interneteconomie de motor van de groei zijn", zei Neelie Kroes. Het kan volgens haar miljoenen extra banen opleveren.


















