De malaise is zichtbaar in de winkelstraten waar de consument het momenteel laat afweten, zegt IMK-directeur Han Dieperink. Vooral kapsalons, nagelstudio's en tattooshops hebben het moeilijk. Horeca-ondernemers hebben het al sinds 2009 moeilijker om klanten te trekken, maar het percentage bijstandsaanvragers is hier stabiel. "Het ziet er naar uit dat de horecamarkt al langer verzadigd is", zegt Dieperink.
De kleine ondernemers zijn meer dan het grootbedrijf afhankelijk van het consumentenvertrouwen, en dat bereikte eind 2011 het laagste niveau in jaren. Consumenten zijn vooral erg somber over hun eigen financiën in de komende twaalf maanden.
Gemeentelijke bijstand aan ondernemers kan in de vorm van een krediet tot 170.000 euro als daarmee de bedrijfsvoering kan worden gecontinueerd, en in de vorm van een uitkering. Afgelopen november klopten in Nederland ongeveer 700 kleine ondernemers aan voor bijstand bij hun gemeenten. Eerder in de zomer lag dat maandgemiddelde tussen 450 en 500. Van alle bijstandsaanvragen wordt ruwweg de helft gehonoreerd. Het IMK beoordeelt in opdracht van gemeenten of een bedrijf levensvatbaar is en in aanmerking kan komen voor een krediet. Wat niet levensvatbaar is, gaat failliet, zegt Dieperink.
Volgens hem doen ondernemingen die een gemeentelijk krediet krijgen het op de lange termijn beter dan gemiddelde bedrijven. "Na drieëneenhalf jaar is ruim 74 procent van de ondernemers die een gemeentelijk krediet kregen, nog actief. Dat is vrij hoog." Het IMK denkt dat deze ondernemers, na de toekenning van bijstand, weerbaarder zijn geworden en een beter inzicht hebben in hun financiële positie.
Het midden- en kleinbedrijf dat andere ondernemingen als klant heeft, blijft redelijk goed draaien, stelt het IMK. Toeleveranciers in de bouw laten nu zelfs een licht herstel zien.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.

Niet beschikbaar!


Sorteer reacties















