Zielsblij met tapijt en matras

door Robert-Jan Friele. donderdag 21 januari 2010 | 08:36 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 21 januari 2010 | 11:55

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Ena Zizi wordt door een Mexicaans team uit de puinhopen van een gebouw in Port-au-Prince gered, een week na de aardbeving. Ze krijgt gelijk een slokje schoon drinkwater (rechtsonder). foto Paul Jeffrey/AP-ACT Alliance HO

Ena Zizi wordt door een Mexicaans team uit de puinhopen van een gebouw in Port-au-Prince gered, een week na de aardbeving. Ze krijgt gelijk een slokje schoon drinkwater (rechtsonder). foto Paul Jeffrey/AP-ACT Alliance HO

Eunert Lazart is een gelukkig man.

Dat vindt hij zelf althans. En zijn vrouw Moncson en hun elfjarige zoontje Pierre zijn het met hem eens, zegt hij met een grote glimlach. Waar dat geluk uit bestaat? Een matras om op te liggen, een beige tapijt waar de kinderen op spelen, een doek dat beschermt tegen de zon. Tot die eenvoudige dingen beperkt Lazart momenteel zijn leven.

Als tienduizenden landgenoten de voorbije week in massagraven zijn gedumpt, bestaat geluk kennelijk uit eenvoudige zaken.

Lazart, een 41-jarige fabrieksarbeider, vertelt zijn verhaal droog, zonder drama. Hij was thuis met zijn zoontje, de aarde begon de schudden, het huis stortte in. Hoe ze eruit kwamen, weet hij niet meer. Zijn zoontje bleef ongedeerd, Lazart brak op twee plaatsen zijn onderbeen door vallende stukken beton en heeft een rug vol schaafwonden.

Hij liet zijn been gipsen in het ziekenhuis ('Ik hoefde niet eens heel lang te wachten') en woont sindsdien op straat. "Ik wist niet wat ik anders moest doen. We zijn alles kwijt." Zijn lot is dat van een ontelbaar aantal Haïtianen. Velen 'wonen' samen in de grote parken en op de pleinen van Port-au-Prince die elke dag voller worden. Anderen verblijven met enkele familieleden voor het ingestorte huis waarin al hun bezittingen liggen.

Lazart heeft met vijftien familieleden zijn toevlucht gezocht achter de beschermende muren van een huis in aanbouw. "We hebben de matrassen gekregen van iemand wiens huis nog overeind staat", vertelt hij. "Als we ze kunnen vinden, hebben we 's avonds kaarsen. En we koken op een houtvuurtje." Veel eten om te koken is er echter niet. Op straat worden vooral fruit en frisdrank verkocht. In de wijk Dalmas 31 is verder nog geen voedselhulp gesignaleerd en Lazart kan met zijn gegipste been ook niet op pad. "Bovendien moet je er bij de voedseluitdelingen voor vechten, anders krijg je niets."

Een ander punt van zorg is de veiligheid. De verhalen over verkrachtingen hebben ook Lazart en zijn familie bereikt. "En vannacht hoorden we ook schoten hier in de buurt." Ze slapen daarom niet allemaal tegelijkertijd. Telkens houdt iemand de wacht.

Gevraagd naar wat ze zouden kunnen doen tegen gewapende criminelen, schiet Lazart hard in de lach: "Dan gooien we wel met stenen." Tien meter voor hem hangt een rij lakens te drogen die net gewassen zijn. Op het beige tapijt waar de kinderen spelen, ligt een Transformer-poppetje en een roze speelgoed-Ferrari. Zo zal het nog wel even blijven: voorlopig kan de familie nergens heen. De fabriek waar Lazart werkte, is beschadigd en dicht. De school van zijn zoontje bestaat niet meer, het gebouw waar zijn vrouw werkte evenmin.

Lazart zit op zijn matras en wacht. Op eten, op water, op wat voor hulp dan ook. Net als de vele duizenden andere Haïtianen die de aardbeving overleefd hebben, maar alles in hun leven kwijt zijn. Lazart, een baptist, zegt met zijn familie veel christelijke liederen te zingen. Ook daarin zijn ze niet de enigen: als het donker is geworden in Port-au-Prince, is overal gezang en geklap te horen. "Ik bid ook veel", zegt Lazart. "Niet alleen voor mijzelf, want iedereen zit in de problemen." Maar hoe lang zal Lazart zich een gelukkig man beschouwen, met zijn matras en beige tapijt, blij met het feit dat hij nog leeft? Hoe lang duurt het nog voordat de volgende fase van de verwerking aanbreekt? De fase waarin bidden en zingen niets meer uithalen.

Buitenland