Apathie van Haïtianen ergert helpers

door onze correspondent Robert-Jan Friele. woensdag 20 januari 2010 | 07:38 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 21 januari 2010 | 13:27

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Mensen drommen samen bij een provisorisch kamp voor de overlevers van de aardbeving op een golfbaan in Port-au-Prince. foto Jae C. Hong/AP

Mensen drommen samen bij een provisorisch kamp voor de overlevers van de aardbeving op een golfbaan in Port-au-Prince. foto Jae C. Hong/AP

Op de hoek van de straten Lamartinière en Christophe staan ze er ineens weer.

Grote, glimmende, houten wandmeubels. Tafels. Stoelen. En dat aan twee kanten van de straat, over een lengte van tweehonderd meter. Naast het ministerie van Justitie roept een jongen met telefoonkaarten van welk netwerk hij beltegoed verkoopt. En voor het presidentieel paleis laat een auto zijn ramen zakken, zodat de inzittenden foto's kunnen maken van het witte gebouw.

Maar hoe hard sommige mensen het ook proberen, de lijst normale zaken is oneindig veel kleiner dan die van de abnormale zaken. Bulldozers zijn begonnen met puinruimen. Straten zijn half of helemaal afgesloten. Op straat liggen her en der nog steeds lijken, omwikkeld met doeken. En bij het mortuarium van het Hôpital General draaien ze overuren.

Onderwijl proberen veel mensen Port-au-Prince te verlaten. In bussen en vrachtwagens gaan ze richting de provincie. Vaak moeten ze uren wachten bij het benzinestation, brandstof is schaars.

Anderen dromen ervan Haïti helemaal te verlaten: in de veronderstelling dat een aardbeving de VSgunstig gezind maakt, staan honderden Haïtianen bij de Amerikaanse ambassade voor een visum dat ze nooit zullen krijgen.

Geweld en plunderingen, door de Verenigde Naties voortdurend gemeld, komen slechts in kleine delen van de stad voor. Tenzij het speuren naar dingen van waarde tussen de puinhopen plunderen is. Op de resten van overheidsgebouwen lopen jongens te zoeken naar alles wat geld oplevert.

Grote delen van de stad zijn rustig, zij het dat zich overal op straat duizenden mensen bevinden, hun tijdelijke huis. Wat opvalt – en westerse hulpverleners ergert – is de houding van veel Haïtianen. Terwijl internationale brigades mensen uit het puin redden, lichamen bergen, drinken en eten uitdelen, staan honderden Haïtianen op straat niets te doen.

Zo wordt de groep mannen bij de ingang van het vliegveld met de dag groter. Ze staan te staan en ze kijken. Gisteren vond er een eerste incident plaats, waarbij VN-soldaten waarschuwingsschoten moesten lossen.

Is het apathie? Of was het zoveelste noodlot dat Haïti trof er net één te veel, en weten ze domweg niet meer wat te doen? "Als Haïti hiervan herstelt, hoop ik dat het voorgoed is en het land eindelijk een normaal aanzien krijgt", zegt Lise Pfister, een in Lausanne geboren Haïtiaanse.

Lees al het nieuws over Haïti op www.bndestem.nl/haiti

Wegens onderhoud aan de website is het tot dinsdagochtend 16 maart niet mogelijk een reactie toe te voegen.

Buitenland