Soms is het een schreeuw, soms een sms die enkele uren geleden verstuurd zou zijn en soms zeggen ze het gewoon zeker te weten: op de straten in het district Pétion-Ville klampen wanhopige Haïtianen voortdurend de Nederlandse reddingswerkers aan.
Allemaal zeggen ze onlangs een teken van leven te hebben gehoord van onder het puin. Maar goede informatie is schaars, evenals tijd.Het is aan Jan Bron, commandant van de Charly-groep van het Nederlandse Urban Search and Rescue-team (USAR), te beoordelen welke tip een zoekactie waard is.
De reden van veel tips volgens Bron: "Mensen hopen dat wij de doden kunnen bergen." Maar daar begint de USAR niet aan, hun werkzaamheden staan in het teken van redding.
Ook vijf dagen na de aardbeving heerst in Port-au-Prince nog volkomen chaos. Het begint al tien minuten na vertrek van het vliegveld, waar de USAR-ploeg haar kamp heeft opgeslagen. Bij een benzinestation loopt de bus vast in een fuik van tientallen auto's die kris-kras in de rij staan, op zoek naar de paar laatste druppels brandstof die in de Haïtiaanse hoofdstad te krijgen is.
Als de meegekomen VN-soldaten uit India proberen de straat vrij te maken, reageren de wachtenden nauwelijks.
Nu meer dan 72 uur is verstreken sinds de aardbeving, is de kans op overlevenden in de ingestorte gebouwen uiterst gering. Maar waar rampen plaatsvinden, voltrekken zich ook wonderen: op zaterdag kan een Nederlandse reddingseenheid een 55-jarige man onder het puin vandaan halen. Hij is de derde geredde Haïtiaan, nadat eerder een ander Nederlands team een moeder met dochter bevrijdde.
Bij toeval komt de Charly-groep langs het ingestorte hotel Therese, waarin zich Nederlandse slachtoffers zouden bevinden. Een dag eerder was een USAR- groep op zoek geweest naar het hotel, maar zonder succes, de aanwijzingen om er te komen bleken vaag.
Nu is eigenaresse Roberta Vellard blij met de komst van de Charly-groep. Volgens haar heeft hotelpersoneel de dag ervoor een Nederlands echtpaar met hun kind geborgen. Ze hoopt nu dat de lichamen worden meegenomen. Maar de regels zijn strikt. Er zou nog een Nederlands stel onder het puin liggen. Bij de inspectie wordt een fotoalbum van één van de families gevonden en een knuffeldier. Op zijn buik staat 'Lief!'.
Alhoewel het ministerie van Buitenlandse Zaken niet wil bevestigen dat er Nederlandse slachtoffers zijn gevallen, is Vellard zeker van haar zaak. Ze stond op het moment van de aardbeving voor het hotel en zag hoe het gebouw in luttele seconden instortte.
Dan komt ineens een onverwacht einde aan de werkdag van de Charly-groep. De Indiase leger-eenheid die de Nederlanders begeleidt, zegt een dringende oproep van de Verenigde Naties te hebben gehad: ze moeten terug naar het vliegveld, volgens hun commandant om een ander reddingsteam te begeleiden op een dringende missie.
Omdat de USAR in Haïti onder geen beding zonder een gewapende escorte wil werken vanwege de totale anarchie, wordt besloten terug te keren naar de basis. Daar aangekomen, blijkt dat alle reddingseenheden zijn teruggekeerd. De VN hebben besloten dat alle blauwhelmen nodig zijn, maar niemand weet waarvoor. "Dit is natuurlijk klote", zegt één van de USAR-leden. "We zouden nog een paar uur kunnen werken, maar gaan nu niets zitten te doen." "Het is ook raar dat we een gewapende escorte moeten meenemen om levens te kunnen redden," vindt een ander. Terwijl de minuten tellen voor de mensen die nog levend onder het puin liggen, zoeken de Nederlanders een plekje in de schaduw. Begeleid door het oorverdovende geluid van opstijgende transportvliegtuigen en helikopters van het Amerikaanse leger, is het lange wachten begonnen. Tot morgen, als bij het krieken van de dag weer begonnen wordt met het redden van levens. Als er tenminste gewapende escortes beschikbaar zijn.



















