Aan het eind van een idyllisch televisiespotje om Colombia weer aantrekkelijk te maken voor toeristen, verschijnt een jonge, blanke vrouw in beeld. Ze kijkt dromerig het tropisch regenwoud in. De dame in het travelspotje is Heike van Gils, dertig jaar geleden geboren in Baarle-Nassau. In haar hart wil ze nooit meer weg uit Colombia.
Zie ook:
De bladsnijmier bracht de jonge entymologe van de Universiteit Wageningen in 2004 naar de Amazone.
Het insect vreet de plantages kaal van de lokale bevolking, de
Tikuna-indianen. Heike kwam te wonen in San Martin de Amacayacu, een
huttendorp van ruim vierhonderd Tikuna's, diep in het Amazonegebied. "
Het voelde meteen als thuiskomen, al gaat dat voor iemand die al tien jaar
met een rugzak over de wereld reist misschien sneller."
Ze
sprak haar talen, maar nog geen Spaans. Van cocaïnemaffia, guerillagroepen
en discriminatie van inheemse volkeren in dit zo natuurrijke land wist de
goedlachse Brabantse amper. Dat veranderde snel toen ze in de
Tikunagemeenschap werd opgenomen. "Indianen zijn - ook voor Colombianen
- nog steeds halve wilden. En anno 2o09, als ik met José door Leticia loop,
kijken mensen raar op. Enige waardering voor een indiaan is hier ver te
zoeken. Zij zijn echter wél degenen, die exact weten wat je wel en niet met
het tropisch regenwoud kunt doen. Verantwoord bomen kappen bijvoorbeeld,
plantages aanleggen. Een balans aanbrengen tussen geven en nemen van de
natuur. Dat is hun traditionele leefwijze en die willen we in stand houden.
Daarom is het afbakenen van het voorouderlijk Tikunagebied in de Amazone
zo'n belangrijk project geweest."
José is voluit José Gregorio
Vásquez, met zijn 33 jaar leider van de Tikunagemeenschap van San Martin.
Universiteitsstadje Leticia ligt op het drielandenpunt met Peru en Brazilië,
anderhalf uur varen van San Martin. Dat gaat per snelle boot Espresso, die
zich als een rollercoaster een weg baant tussen al het drijfhout en tropisch
loof dat wordt meegesleurd in de sterke stroming van de soms wel zeven
kilometer brede Rio Amazone.
San Martin ligt niet aan de
hoofdrivier, we moeten overstappen op een houten boot met buitenboordmotor.
Zodra die aanmeert in de baai van het dorp, krijgt de verwonderde bezoeker
een halve kokosnoot gevuld met masato in handen. Deze 'welkomstcocktail',
bereid uit de ongezeefde yuccaplant, komt bij minga's - klussen in het bos
waar de hele clan aan meewerkt - regelmatig uit de ketel. Masato stimuleert
de arbeidslust. En het maakt de tongen los, want de gesprekken tijdens en na
de minga zijn het belangrijkste. Dan komt de politiek uitgebreid aan bod.
Dat het niet goed is dat president Alvaro Uribe al zo lang aan de macht is.
Dat de lokale gouverneur van Leticia en baas over de Amazonedorpen zes jaar
celstraf krijgt vanwege zakkenvullen bij grote infrastructurele werken.
In Leticia gebeurt nog wat, in San Martin moeten de behoeftige Tikuna het zelf
zien te rooien. Dat lukt ze aardig. Omringd door natuurschoon zeggen
materiële dingen hier weinig. Al is de vreugde groot als de generator het na
maanden eindelijk weer eens doet. De buurman zet zijn radio op tien, lampen
vervangen het kaarslicht en in mijn 'pension' is een schotel-tv, waar mensen
uit het hele dorp naar komen kijken. Drie uur later is de diesel op en
floept de elektriciteit weer uit.
Het echtpaar Miguel en Ines - een
zus van José - runnen het logeeradres voor de schaarse toeristen, die langer
dan een dag willen blijven. Quasi-avontuurlijke Yankees op zoek naar het
laatste stukje ongerepte natuur, blijven soms wat langer. Teleurgesteld,
omdat ze geen apen of tijgers hebben gezien, druipen ze dan af. "Overal
ter wereld heeft de mens sporen nagelaten", zegt Heike als we het
oerwoud in trekken. De expertise hoe met deze biodiversiteit om te gaan,
ligt bij de eeuwenlange ervaring van de Tikuna's. Het woud kent voor hen
geen geheimen.
Het is zondag. José nodigt ons uit voor een minga
in de buurt van de hut van zijn ouders don Humberto en donna Monica. Er moet
hout gekapt worden en in 1200 kleine strookjes gekapt als brandstof. Het is
de schoolbijdrage, die Tikuna leveren om hun kinderen vervolgonderwijs te
geven. Niet zo veel jonge indianen gaan studeren. Al met al houden veel
jonge indianen graag vast aan de tradities. Ze willen één zijn met de
natuur, gaan 's nachts verantwoord jagen op knaag- en gordeldieren of steken
per houten kano de rivier op om te vissen. Die jacht gaat overigens niet
meer met blaas- en gifpijlen. De sjamaan, de vroegere geestelijke leider
bereidde het gif uit een liaan. Nu komen er geweren en strikken aan te pas.
Zoals de Husqvarna-kettingzaag van Miguel inmiddels ook door het bos
knettert, het oude kapmes hakt slechts de fijne takken.
Lorenzo,
de oudste broer van José, wenkt. Hij laat zijn zelf uitgegraven visvijver
zien, middenin het oerwoud. Het moet een enorme klus geweest zijn om hier
überhaupt te kunnen graven. Lorenzo gelooft in het visvijverproject, samen
met nog elf andere huishoudens. "Vis is voor ons geen handel, maar een
vorm van levensonderhoud. De visstand neemt af door grootschalige visserij
op de Amazone. Zelf vis kweken moet het antwoord zijn."
Maar
werken aan de vijver, betekent geen tijd om te jagen of vissen, lees: geen
voedsel voor het gezin. "Daarom moeten we naast de aanschaf van
graafmateriaal, pvc-buizen en netten ook steeds eten inkopen op de dagen dat
de mannen geen tapir of borugo kunnen schieten."
Een dag in
San Martin eindigt als vanzelf op het voetbalveld. De hangmatten zijn dan
leeg, het volk verzamelt zich om te voetballen. Heike gebruikt die tijd
meestal om zich op haar studieboeken te storten. Of ze werkt aan de website
van de Small World Foundation. "Soms denk ik na over mijn toekomst, na
mijn studie. Mijn toekomst met José, met de Tikuna en nieuwe projecten die
de leefgemeenschap vooruit helpen. San Martin ontwikkelt zich snel. Geen
spiegeltjes en kraaltjes meer, wel armoede. Na het visvijverproject komen
nieuwe ideeën. Toerisme moet een kans krijgen bijvoorbeeld." Heike
waakt voor te snelle vooruitgang. "Ik ben geen missionaris, die komt
vertellen hoe het allemaal moet. Ik ben geen Tikuna, zal het ook nooit
worden. Maar ik maak wel deel uit van hun gemeenschap. Door te luisteren,
mee te denken en bij overheidsinstanties te knokken voor erkenning hoop ik
dat deze mensen in de toekomst nooit meer gebukt hoeven te gaan onder het
simpele feit dat ze indiaan zijn."
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.



















