Ze is klein, oogt bescheiden. In een door mannen gedomineerd land opboksen tegen het idee dat vrouwen een 'tweederangs sekse' zijn, heeft sporen nagelaten. Haar ogen verraden vermoeidheid. "Sorry, ik heb vannacht slecht geslapen", verontschuldigt ze zich.
Als kleuter vlucht Malalai (Joya is haar voornaam) met haar familie uit Afghanistan. Ze groeide op in vluchtelingenkampen in Iran en Pakistan. Na het vertrek van de Russen, ging ze terug. In de tijd dat de taliban onderwijs aan vrouwen streng verboden, begon ze ondergrondse scholen voor meisjes.
In 2003, toen de VS het talibanregime had omvergeworpen, sprak Malalai als enige vrouw op de vergadering van stamoudsten. Haar provincie Farah vaardigde haar af. Gehoor voor haar pleidooi om de krijgsheren uit het parlement te weren, kreeg ze niet. Sterker nog: ze werd erom weggestuurd.
Toch had ze onder de bevolking voldoende steun om in 2005 in het Afghaanse parlement te worden gekozen. Die steun heeft ze nog steeds, ook al is ze vorig jaar geschorst wegens het 'beledigen' van collega-parlementsleden. Om dat 'valse voorwendsel' is ze nóg woedend. "Het was vrijheid van meningsuiting", briest ze. "Maar ze zullen mij niet muilkorven."
Ze blijft vechten. Voor vrouwenrechten, voor vrede én voor berechting van de krijgsheren die 'onder de mantel van democratie' misdaden begaan. Ze noemt huiverinwekkende voorbeelden van moord en verkrachting waarmee de leiders ongestraft wegkomen, omdat ze als parlementslid onschendbaar zijn. "Het is een nepdemocratie." De kritiek wordt haar niet in dank afgenomen. In haar eigen land leeft ze vanwege haar veiligheid noodgedwongen als een nomade. "Ik slaap twee dagen hier, drie dagen daar."
Intussen gaat het slechter en slechter met haar land. "We hebben een bezetting, terwijl we juist bevrijding willen." De armoede is schrijnend. De 'successen' die worden geboekt, zijn slechts façades. Toch houdt ze een rotsvast vertrouwen dat het nog goed komt met 'haar' Afghanistan.



Sorteer reacties
zie ook: 















