Home / Algemeen / Binnenland / Kwallen rukken op

Kwallen rukken op

  • Reageer
  • U kunt deze pagina printen door gebruik te maken van de standaard print mogelijkheden in uw browser.

Foto's
3
De kwal heeft niet veel om het lijf. Het dier bestaat voor 94 tot 98 procent uit water. Maar sommige (buitenlandse) soorten kunnen meterslang worden en dodelijk steken. Ook de kleintjes zijn in de zee soms een plaag voor zwemmers en vissers.

Italië maakt zich op voor een grote groep kwallen die richting kust drijft. Het is het achtste jaar op rij dat vooral de parelkwal delen van de kusten van Frankrijk, Spanje en Italië teistert. Dat beest kan behoorlijk 'prikken'. In juli hadden aan de Spaanse oostkust al 10.000 mensen zich voor steken laten behandelen.



Dat vergalt niet alleen de vakantiepret. Het internationale instituut Oceana vreest dat de kwallen blijvertjes zijn. "Als kwallen zich echt in de zee vestigen, is het voor vissen moeilijk het gebied terug te winnen. Dat kan dus een groot probleem zijn voor de ecostructuur", aldus een onderzoeker.



Vissers halen netten vol kwallen op in plaats van vissen. De dieren kunnen ook een probleem zijn voor viskwekerijen, zoals vorig jaar bleek. De Noord-Ierse kust werd toen getroffen door een plaag aan parelkwallen. Zeker 100.000 zalmen lieten het leven. De massa kwalletjes besloeg volgens de media meer dan 25 vierkante kilometer en was ruim 13,5 meter diep. De vissen stierven door steken van kwallen en door stress.



Volgens milieuorganisatie Oceana komen kwallen over de hele wereld steeds meer voor. Ze komen ook steeds noordelijker voor, op plaatsen waar ze vroeger niet zaten. De oorzaken: overbevissing, vervuiling en hogere temperaturen. Tonijn, zwaardvis en schildpadden komen in visnetten terecht, waardoor natuurlijke vijanden van de kwal verdwijnen. De vervuiling en klimaatverandering zorgen voor meer plankton en dus voedingsstoffen voor de ongewervelde dieren.



In Nederland is daarvan nog niet veel te merken. Waren er tot een paar jaar geleden nog regelmatig 'invasies' van blauwe haarkwallen, de laatste jaren zijn de stekende dieren niet meer massaal gesignaleerd, zegt Arthur Oosterbaan van Ecomare, centrum voor de Waddenzee en de Noordzee.



"Het hangt erg van het weer af. Bij aflandige wind waait het water van de kust af. Dat wordt aangevuld met water uit de diepte, waar de kwallen zitten. Gebeurt dat op een moment dat er veel kwallen zijn, dan kunnen ze de schrik van de badgasten uithangen. De laatste jaren kwam de wind op die momenten meer vanuit het westen en zuiden." De parelkwal komt voor de kust van Nederland slechts sporadisch voor, dus de kans op een invasie is erg klein.



Een soort die volgens Oosterbaan hoogstwaarschijnlijk wel in aantal toeneemt, is de ribkwal. Deze is vanuit Amerika via ballastwater van schepen in de Noordzee terechtgekomen. De ribkwal is geen 'echte' kwal. Hij behoort wel tot de holtedieren, maar heeft geen vervelende netelcellen.



Elders in de wereld zorgt dit beest al jaren voor flinke problemen. In de Zwarte Zee en de Kaspische Zee verdrijven ze, niet gehinderd door enige natuurlijke vijanden, de vissen. Ook de zeehonden lijden eronder. Oosterbaan verwacht in Nederland geen grote problemen met de ribkwal. "Wij hebben te maken met een open zee. Hier is niet snel een tekort aan voedsel."



Het NIOZ, Nederlands instituut voor zeeonderzoek, onderzoekt volgend jaar hoe het staat met de ribkwal in de Noordzee. Door de resultaten te vergelijken met metingen in de jaren '80 kan bekeken worden of er inderdaad sprake is van een duidelijke aanwas.



Kwallenoverlast bestrijden, is lastig. Langs de Côte d'Azur zijn drijvende netten geplaatst om de parelkwallen weg te houden. Bij het Franse Antibes is een 'vacuümboot' gebruikt, die de dieren opzuigt. In het Spaanse Andalusië zijn zeeschildpadden uitgezet, die zich tegoed moeten doen aan de kwallen. Iran zet hoge geluiden in, die het evenwichtsorgaan van de ribkwal verstoren, waardoor het dier sterft. Oosterbaan is sceptisch over de maatregelen. "Het is dweilen met de kraan open."



Kwallen kunnen vervelend zijn, maar horen wel gewoon in het water thuis. Ook kunnen de soorten die in Nederland voorkomen meestal weinig kwaad. Daarom maakt Rijkswaterstaat Zeeland zich niet al te druk om de oorkwallen die soms massaal opduiken in de wateren. Bij het Veerse Meer liggen de kwallen elk jaar op het strand. "We zien daar geen toename in", zegt Eugène Daemen van Rijkswaterstaat. "En we kunnen er weinig aan doen. Als we ze weghalen, komen er gewoon weer nieuwe."



Het is lastig de zwemmers te waarschuwen. "De ene dag zijn ze er plotseling wel, de andere niet. Dat hangt af van de wind. Ze zijn ook niet heel gevaarlijk. Je moet ze gewoon niet opzoeken. Helaas zijn er mensen die na het zien van een kwal bij ons klagen dat ze nooit meer het water in durven. Terwijl een botsing met een kwal hoogstens zorgt voor wat jeuk."



In Burgers' Zoo in Arnhem probeert Max Janse de kwal bekender, en geliefder, te maken. Hij kweekt, als eerste in de wereld succesvol, oorkwallen en 'upside-down kwallen' (mangrovekwallen). " Bezoekers vinden het prachtig ze eens goed te kunnen bekijken. Het is toch een dier waar de meeste mensen weinig van weten. Het is ook wel een rustgevend beeld, die drijvende kwallen."