BREDA - Dertig jaar lang kon Kapelaan Hub L. zich schuldig maken aan misbruik. Justitie en bisdom veegden de zaak onder het tapijt, zegt journalist Joep Dohmen.
Zie ook:
Johan, een jongen uit een streng katholiek gezin, was lid van de redactieraad van De Speurder, het blad van scouting Sint Vincentius in Brunssum.
De jongens van de raad mochten kapelaan Hub altijd helpen met stencilen en
foto's afdrukken in het bovenkamertje van de pastorie. In het boek Vrome
Zondaars van Joep Dohmen, dat vandaag verschijnt, vertelt Johan over zijn
ervaringen.
"Elk jaar gingen we met de kapelaan naar Zwitserland. Daar huurde hij een
chaletje. 's Nachts moesten we afwisselend bij hem op de kamer slapen,
naakt. Hij sliep ook naakt. Dan konden de onderbroeken luchten, zei hij. De
eerste vakantie zat hij aan mijn piemel en probeerde die stijf te maken. Na
terugkomst kreeg ik EHBO-les op zijn kamer in de pastorie. Hij betastte mij
en vroeg mij dat ook te doen. Beetje bij beetje ging hij verder. Totdat hij
mij bevredigde en ik dat bij hem moest doen." Bijna dertig jaar kon
kapelaan Hub seksueel misbruik plegen met tientallen jongens.
Hij gaf godsdienstles op school en was aalmoezenier van de scouting. Pas in
1984, toen scoutingleider Peter van der Zander de zaak aanhangig maakte,
durfde de scouting aangifte te doen. Hoe kon de handelwijze van L. zo lang
verborgen blijven in een gemeenschap, waar de mensen elkaar goed kenden? L.
werkte immers niet in de beslotenheid van een internaat, maar in de open
gemeenschap van parochie en verenigingsleven.
Dohmen: "In de wijk Rumpen was de kapelaan bijna God zelf. Hij kwam
overal aan huis, genoot aanzien en vertrouwen. De samenhang in de wijk en de
scouting was hecht, met Hub als spil."
Daarom, concludeert de auteur, moest de affaire, toen die aan het licht kwam,
wel een enorme schok teweeg brengen: "Opeens bleek dat de kapelaan
jongens die hij gedoopt had, later had misbruikt."
Hoe de zaak aan het rollen kwam? Van der Zander had op een kamp twee jongens
horen fluisteren over wat de kapelaan met hen deed. En dacht aan wat L.
twaalf jaar eerder ook met hem had gedaan. Hij lichtte de scoutingleiding
in. Die ging de 12de december naar de pastorie om verhaal te halen. Maar Hub
werd kwaad en weigerde hen de deur. Een dag later meldde de scouting de zaak
bij de politie. Rechercheurs verzamelden meer getuigenissen en op 17
december haalden ze de kapelaan op. Deze gaf op het bureau alles toe, staat
in het politieverslag. Dohmen wijst erop dat het parket in Maastricht nu een
zaak had die op het eerste gezicht glashelder was.
Maar een paar maanden later blijkt de zaak opeens geseponeerd. Hoe heeft
veroordeling in wat
Dohmen één van de grootste misbruikzaken noemt, kunnen uitblijven? Ten eerste
is daar een rapport van psychiater Wim van Leeuwen die vaststelde dat de
kapelaan 'sterk verminderd toerekeningsvatbaar' was.
En die oordeelde dat Hub niet in herhaling zou vallen, zeker als ze hem naar
het klooster zouden overplaatsen. Daarop seponeerde officier van justitie
Henk Marquart Scholtz, na samenspraak met het bisdom, de zaak.
En de slachtoffers? Bij pastoor Bernard Haazevoet hoefden ze niet aan te
kloppen: dat was een congregatiegenoot van L. en hij hield hem stevig de
hand boven het hoofd. Noch het bisdom, noch justitie, noch de scouting
hebben de zaak ooit naar buiten gebracht. Wel organiseerden ze een besloten
avond waar de ouders te horen kregen waarom de kapelaan weg was. Veel werd
er in de gezinnen niet meer over gesproken, uit schaamte, uit onmacht. Zo
verdween de affaire in de stilte van Rumpen.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.

Niet beschikbaar!


Sorteer reacties















