Van Anraat had bij het hof geklaagd over de rechtsgang in Nederland. De Hoge Raad had eind juni vorig jaar zijn veroordeling wegens medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden bevestigd. Wel werd zijn straf verkort van 17 naar 16,5 jaar cel. De Nederlander leverde in de jaren tachtig op grote schaal chemicaliën aan het toenmalige regime van de Iraakse leider Saddam Hoessein. Van Anraat vond zijn veroordeling destijds onterecht.
Omdat Hoessein diplomatieke onschendbaarheid genoot en dus buiten het gezag van de Nederlandse rechtspraak viel, had hij ook niet mogen worden vervolgd als medeplichtige, zo redeneerde hij. Het hof in Straatsburg geeft hem ongelijk.
Het regime in Irak gebruikte de chemicaliën van de Nederlander voor de productie van gifgas. De machthebbers zetten het zogenoemde mosterdgas op grote schaal in tegen de Koerdische bevolking in het noorden van Irak. Volgens de Nederlandse rechters handelde Van Anraat uit grof winstbejag. Hij zit zijn straf uit in Zoetermeer. De zakenman leverde tussen april 1984 en augustus 1988 ruim 1.100 ton chemicaliën die voor de productie van mosterdgas gebruikt konden worden.


















