Neem Guusje ter Horst van de PvdA. Partijgenoot Job Cohen had amper zijn vertrek aangekondigd als burgemeester van Amsterdam of het gerucht ging al dat de ex-minister op zijn baantje zat te azen. Dinsdag was het opnieuw raak: Pieter van Geel komt niet terug in de Kamer. De suggestie: CDA-fractievoorzitter wordt beloond en mag terug naar zijn geliefde Brabant. Toevallig is er net een plekje vrij in Tilburg.
Maar zo ging het vroeger misschien. Tegenwoordig is het voor afgezwaaide Kamerleden en ministers geen sinecure om te slagen op de politieke banenmarkt. Benoemingen van bestuurders worden dan nog wel door de Kroon gedaan (lees: het kabinet), maar sinds een wetswijziging in 2001 geeft de gemeenteraad de doorslag bij de burgemeestersbenoemingen. De Commissaris van de Koningin maakt een selectie uit de sollicitanten, de vertrouwenscommissie van raadsleden beschikt. De minister van Binnenlandse Zaken moet zijn fiat geven, maar dat blijkt sinds 2001 een formaliteit.
Dat betekent niet dat landelijke kopstukken geen kans meer maken op een bestuurlijke functie. Annemarie Jorritsma (VVD, Almere), Cees van der Knaap (CDA, Ede) en Jozias van Aartsen (VVD, Den Haag) zijn aardig terechtgekomen. En aan die benoemingen ging stevig lobbywerk vooraf.
Nog altijd kennen de grote bestuurderspartijen invloedrijke burgemeesterslobbyisten. Zij houden de politieke vacatures scherp in de gaten en brengen ze onder de aandacht bij kandidaten van hun eigen kleur. De afgelopen drie jaar bleek vooral PvdA-Kamerlid Pierre Heijnen dit kunstje goed te beheersen. Zijn partij sleepte Utrecht (Aleid Wolfsen), Rotterdam (Ahmed Aboutaleb) en Groningen (Peter Rehwinkel) binnen.
Jan Schinkelshoek, lobbyist van het CDA, zint op revanche. De christendemocraten hebben in de grootste steden geen enkele partijgenoot meer en dat steekt.
De suggestie dat politieke partijen fungeren als een geoliede banenmachine werpt hij verre van zich. "Echt onzin. Mensen worden benoemd omdat ze goed zijn. Misschien werd er vroeger bedisseld, nu is dat zeker niet meer zo."
Volgens politicoloog Nico Baakman wordt er achter de schermen nog wel degelijk aan de touwtjes getrokken. "Vroeger was het een kwestie van de buit verdelen, nu wordt er meer gestuurd via de profielschets. Je ziet bijvoorbeeld dat bij de vacature van Commissaris van de Koningin in Brabant destijds als functie-eis werd toegevoegd dat de kandidaat Europese ervaring moest hebben. Dat profiel paste toen precies op Hanja Maij Weggen." Politieke benoemingen zijn niet kies, maar moeilijk te bewijzen. "Er wordt dan gezegd: toevallig is hij of zij de beste kandidaat. Maar dat verklaart niet dat er in de afgelopen decennia nauwelijks partijloze burgemeesters zijn benoemd, of een SP'er."



Sorteer reacties















