Van Mierlo was al meteen een fenomeen, toen hij in 1966 op het politieke toneel verscheen ,,en dat is hij tot zijn dood gebleven'', stelde de premier. Hij herinnerde zich de medeoprichter van D66, parlementariër, senator, minister en minister van Staat Van Mierlo onder meer als ,,meer dan eens de redder van zijn partij'' en ,,de architect van het eerste paarse kabinet''.
Kamervoorzitter Gerdi Verbeet zei dat Van Mierlo de politiek ,,zeer verrijkte'', als ,,debater'', als strijder voor meer openheid en met zijn frisse kijk op gevestigde structuren. Ze prees Van Mierlo's ,,bewonderenswaardige'' eerlijkheid over zijn eigen twijfels en tekortkomingen ,,waarmee hij velen voor zich innam''. De Kamer is hem volgens haar zeer erkentelijk voor zijn grote rol in politiek en samenleving. Hij was een charismatische persoonlijkheid, oordeelde Verbeet, en een ,,groot politiek filosoof''.


















