Jonge kinderen kunnen heel volwassen praten over orgaandonatie, vindt donorcoördinator Siebelink van het UMC Groningen. foto Corné Sparidaens/GPD
Juist door die huiver bestaan er talrijke, moeilijk uitroeibare spookverhalen omtrent orgaandonatie. "Men denkt nog vaak ten onrechte dat artsen je eerder laten doodgaan, als je als donor in het register staat. En dat je niet meer toonbaar bent na een donatie. Er is hooguit een pleister zichtbaar." Veel mensen weten niet dat de aanmelding in het donorregister 'on line' direct kan worden gewijzigd en dat mensen bepaalde organen of weefsels kunnen uitsluiten van donatie.
Volgens Siebelink zou het goed zijn om feitelijke informatie te geven bij voorlichtingscampagnes van de overheid, die nu erg leunt op de keuze 'ja of nee'. "Volwassenen hebben recht op die feitelijke informatie, en kinderen ook. Wanneer je kinderen vanaf hun twaalfde bij wet in staat stelt zich te registreren, dan moet je ze ook informeren. Ze hebben daar recht op, zodat ze de voors en tegens goed kunnen overdenken."
In een internetenquête die Siebelink hield onder 2.700 kinderen van 8 tot 15 jaar, gaf ruim 60 procent aan dat ze zelf willen vastleggen of ze donor worden of niet. Bij een 'ja' kunnen ouders de wilsbeschikking van kinderen tot zestien jaar overrulen.
Onwetendheid leidt niet zelden tot een schuldcomplex, weet Siebelink. En ze benadrukt: "Het gaat mij niet om zieltjes winnen. Je moet orgaandonatie tijdig bespreken. In de extreem emotionele situaties van leven en dood in een ziekenhuis is helder denken niet mogelijk. Er bijtijds met je kind over praten kan helpen bij het nemen van die beslissing."


Sorteer reacties















