Zie ook:
Justitie verwacht door de nieuwe wet jaarlijks enkele vastgelopen zaken nieuw leven in te kunnen blazen. Soms hebben politie en het Openbaar Ministerie wel DNA uit een haartje of een beetje spuug van een moordenaar of verkrachter, maar lopen vervolgens alle sporen dood.
Omdat het DNA van familieleden veel overeenkomsten vertoont, is het door het zogeheten DNA-verwantschapsonderzoek mogelijk om via een broer, vader of zus in de buurt van de dader te komen.
Een match is overigens alleen mogelijk wanneer een familielid zelf ooit in de cel heeft gezeten, waardoor zijn of haar erfelijk materiaal is opgeslagen in de centrale DNA-databank van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Deze bevat erfelijk materiaal van iedereen die is veroordeeld voor een misdrijf waar minimaal vier jaar gevangenisstraf op staat.
Zomaar DNA vergelijken met iedere willekeurige oom, broer of nicht mag dus níet volgens het wetsvoorstel. "Het blijft immers een ingrijpende maatregel", legt een woordvoerder van het ministerie van Justitie uit. "Je maakt inbreuk op iemands lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer." De maatregel mag niet te pas en te onpas worden gebruikt. "Eerst moeten alle andere opsporingsmethoden zijn uitgeput", benadrukt de justitiewoordvoerder. Een verwantschapsonderzoek mag verder alleen worden uitgevoerd bij zeden- en geweldsmisdrijven waar een gevangenisstraf van minimaal acht jaar op staat en soms bij andere extreme delicten.



















