Er worden vier niveaus onderscheiden die alle staan voor een 'overstapmoment' in het onderwijs. De eerste meting van de kennis van rekenen en taal is aan het einde van de basisschool. Leerlingen in groep 8 moeten in ieder geval kunnen rekenen, spellen en lezen op niveau 1f, waarbij de letter f staat voor fundamenteel. Voldoen zij aan deze eis, dan zijn zij klaar voor de overstap naar het voortgezet onderwijs, is de gedachte.
Aan het einde van het vmbo moet niveau 2f zijn bereikt, dat een basis biedt voor doorstroming naar een hogere mbo-opleiding. Voor havisten en gevorderde mbo'ers is er een apart niveau (3f) evenals voor vwo' ers (4f).
Examenleerlingen die dit minimumniveau onder de knie hebben, zijn klaar voor het hbo of de universiteit.
Onderzoek wijst uit dat de kennis van taal en rekenen de afgelopen jaren is verslechterd. Door een ondergrens te stellen hoopt het kabinet dat het niveau van basisvaardigheden structureel stijgt. Ook moeten leerlingen en studenten hierdoor makkelijker de overstap kunnen maken van het ene schooltype naar het andere. Nu luidt de kritiek dat opleidingen niet goed op elkaar aansluiten, waardoor scholieren en studenten in hun eerste jaar moeten worden bijgespijkerd.
Bekend voorbeeld zijn de rekentoetsen op de pabo die voor menig aspirant-leraar een obstakel vormen.
Voor leerlingen in het speciaal onderwijs gaan de nieuwe minimumeisen nog niet gelden. Daar wordt nog een apart systeem voor ontwikkeld.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.



Sorteer reacties















