Ziekenhuis zwijgt liever over sterfte

Auteur: door Floor Ligtvoet en Frouke Tamsma |   zaterdag 29 november 2008 | 07:02 | Laatst bijgewerkt op: zaterdag 29 november 2008 | 07:20

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
De meeste ziekenhuizen houden hun sterftecijfers angstvallig geheim. Bij een aantal ziekenhuizen is er een groot verschil tussen het verwachte aantal sterfgevallen en het werkelijke aantal sterfgevallen. foto Frank Muller/GPD

De meeste ziekenhuizen houden hun sterftecijfers angstvallig geheim. Bij een aantal ziekenhuizen is er een groot verschil tussen het verwachte aantal sterfgevallen en het werkelijke aantal sterfgevallen. foto Frank Muller/GPD

Patiënten kunnen op internet met een paar muisklikken zien hoe hun ziekenhuis scoort in de aanpak van doorligwonden, ziekenhuisinfecties of ondervoeding.
Maar over de kans dat ze het ziekenhuis niet meer levend verlaten als gevolg van een vermijdbare fout, is niets te vinden. Op een paar uitzonderingen na weigeren ziekenhuizen deze scores, die jaarlijks worden gemeten door kenniscentrum Prismant en adviesbureau De Praktijk Index, openbaar te maken.

Het draait om de HSMR, de Hospital Standardised Mortality Rate. Die berekent de verwachte sterfte ten opzichte van de werkelijke sterfte in een ziekenhuis. Dit cijfer wordt gecorrigeerd voor tientallen factoren als patiëntenpopulatie (veel of weinig oude patiënten) en soort ingrepen (veel of weinig riskante operaties). Alleen dan kunnen ziekenhuizen met recht onderling worden vergeleken, zeggen statistici. In de VS, Canada, Australië en Groot-Brittannië is de HSMR al jaren openbaar. "Internationaal wordt het gezien als een standaard voor de ziekenhuiszorgkwaliteit. Een soort AEX-index", vertelt Gert Westert, de Tilburgse bijzonder hoogleraar kwaliteit van de gezondheidszorg.

Maar zo overtuigd als het buitenland is van de HSMR, zo terughoudend zijn de meeste Nederlandse ziekenhuizen. Op de vraag naar hun HSMR antwoorden velen in bijna gelijke bewoordingen als de Gelre Ziekenhuizen: "Wij kennen ons HSMR-cijfer, maar zien dit vooralsnog als een interne aanjager van verandering en verbetering waarmee wij niet naar buiten gaan." Daar zou het cijfer nog niet rijp voor zijn.

Inspecteur-generaal Gerrit van der Wal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg juicht het juist toe als ziekenhuizen hun eigen cijfer publiceren. De Inspectie, die de cijfers zelf kent, past er desondanks voor om 'een schandpaaltechniek' toe te passen en alle scores zelf openbaar te maken.

"Toch is de HSMR voldoende betrouwbaar om ziekenhuizen mee te vergelijken", meent hoogleraar Westert. "Het zou niet verkeerd zijn als meer ziekenhuizen hun score naar buiten brachten. Het geeft misschien even onrust en rommel, maar ziekenhuizen zullen er dan nog sneller werk van maken. Patiënten moeten weten in welk ziekenhuis ze meer of minder kans lopen te overlijden."

Als voorbeeld noemt hij het Engelse ziekenhuis Walsall, na een extreem slechte HSMR-score in de Britse pers omgedoopt tot 'ziekenhuis des doods'. "Het ziekenhuis bleek slechter te scoren op de interne communicatie tussen medici, de kwaliteit van de medische afdeling en de hoeveelheid personeel." Na de aanpak daarvan steeg de HSMR-score enorm, aldus Westert.

Een goede naam is ziekenhuizen veel waard. Pogingen om het sterftecijfer omlaag te krijgen worden in Nederland liever buiten het gezichtsveld van de burger om gedaan. Op een congres van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen eind oktober werd zelfs onderling afgesproken de rijen gesloten te houden. Het officiële standpunt is dat de HSMR nog niet genoeg 'uitontwikkeld' is. Ziekenhuismedewerkers kregen een workshop 'Hoe ga ik om met lastige persvragen over de HSMR'. Toch zijn er ziekenhuizen die dit cordon willen doorbreken. Het Martini Ziekenhuis in Groningen laat tevreden weten 'bij de beste twee' te horen. "De HSMR is een betrouwbare maat", aldus bestuursvoorzitter Jack Thiadens. "Zo ontstaat een prikkel om verbeteringen door te voeren. Of je nu goed of slecht presteert, voor beide is werk aan de winkel."

Het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch scoort gemiddeld, maar vindt het belangrijk om open over de HSMR te zijn. "Zelfs als er twijfel bestaat over de betrouwbaarheid", aldus een woordvoerster. "Het is een extra prikkel om nog harder aan onze kwaliteit van zorg te werken. Onze ambitie is om het meest patiëntveilige ziekenhuis van Nederland te worden." Het ziekenhuis vraagt zich wel af of rekening is gehouden met het feit dat er geen hospice (sterfhuis) in de buurt is.

Het Amsterdamse VUmc heeft een laag sterftecijfer. Volgens bestuurslid Jean Savelkoul is het 'het gehele systeem dat de goede score maakt, zoals continue aandacht voor veiligheid en een zeer goed georganiseerde Intensive Care'.

© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Klik hier en lees het Privacy Statement


Zo reageert u:

Op de website van BN DeStem kunt u reageren op de artikelen. Soms worden (delen van) reacties ook gepubliceerd in de krant.

De redactie kan bijdragen zonder opgaaf van reden weigeren.

Daarbij hanteren wij onder meer de volgende voorwaarden:

Onder de reactie moet altijd uw voornaam, achternaam en woonplaats staan.

De reactie moet kort en bondig (max. 400 tekens) zijn.

De reactie mag niet beledigen, discrimineren of nodeloos kwetsen.

De reactie mag geen scheldwoorden of bedreigingen bevatten.

De reactie moet betrekking hebben op het artikel waaronder de reactie wordt geplaatst.

De reactie mag geen reclame-uiting bevatten.

De reactie mag geen privé-gegevens van derden bevatten.

De reactie mag geen links naar illegale zaken bevatten (software, muziek, etc.).

De reactie mag geen inbreuk zijn op het auteursrecht van anderen.

Reacties onder overduidelijk valse naam kunnen worden geweigerd.

De reactie moet begrijpelijk en leesbaar zijn.

De redactie houdt zich aanbevolen voor tips, maar zal niet tot plaatsing overgaan van:

Reacties die (impliciete) beschuldigingen of verdachtmakingen van misdrijven bevatten, zolang er (nog) geen gerechtelijke uitspraak is.

Reacties die de identiteit van verdachten onthullen. Evenmin van slachtoffers, zolang de redactie geen bevestiging van de politie heeft (en wij mogen aannemen dat de familie is ingelicht)

Over het al dan niet plaatsen van reacties wordt niet gecorrespondeerd.

Het IP-adres van de afzender van een reactie wordt automatisch opgeslagen in het redactioneel systeem. Het kan worden afgestaan aan derden in het kader van een strafrechtelijk (voor)onderzoek, namelijk als de redactie van mening is dat een groot maatschappelijk belang in het geding is. Ook daarover wordt niet gecorrespondeerd.

Het gedoe rond Dibi kost GroenLinks zeker vijf zetels.