De meeste ziekenhuizen houden hun sterftecijfers angstvallig geheim. Bij een aantal ziekenhuizen is er een groot verschil tussen het verwachte aantal sterfgevallen en het werkelijke aantal sterfgevallen. foto Frank Muller/GPD
Het draait om de HSMR, de Hospital Standardised Mortality Rate. Die berekent de verwachte sterfte ten opzichte van de werkelijke sterfte in een ziekenhuis. Dit cijfer wordt gecorrigeerd voor tientallen factoren als patiëntenpopulatie (veel of weinig oude patiënten) en soort ingrepen (veel of weinig riskante operaties). Alleen dan kunnen ziekenhuizen met recht onderling worden vergeleken, zeggen statistici. In de VS, Canada, Australië en Groot-Brittannië is de HSMR al jaren openbaar. "Internationaal wordt het gezien als een standaard voor de ziekenhuiszorgkwaliteit. Een soort AEX-index", vertelt Gert Westert, de Tilburgse bijzonder hoogleraar kwaliteit van de gezondheidszorg.
Maar zo overtuigd als het buitenland is van de HSMR, zo terughoudend zijn de meeste Nederlandse ziekenhuizen. Op de vraag naar hun HSMR antwoorden velen in bijna gelijke bewoordingen als de Gelre Ziekenhuizen: "Wij kennen ons HSMR-cijfer, maar zien dit vooralsnog als een interne aanjager van verandering en verbetering waarmee wij niet naar buiten gaan." Daar zou het cijfer nog niet rijp voor zijn.
Inspecteur-generaal Gerrit van der Wal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg juicht het juist toe als ziekenhuizen hun eigen cijfer publiceren. De Inspectie, die de cijfers zelf kent, past er desondanks voor om 'een schandpaaltechniek' toe te passen en alle scores zelf openbaar te maken.
"Toch is de HSMR voldoende betrouwbaar om ziekenhuizen mee te vergelijken", meent hoogleraar Westert. "Het zou niet verkeerd zijn als meer ziekenhuizen hun score naar buiten brachten. Het geeft misschien even onrust en rommel, maar ziekenhuizen zullen er dan nog sneller werk van maken. Patiënten moeten weten in welk ziekenhuis ze meer of minder kans lopen te overlijden."
Als voorbeeld noemt hij het Engelse ziekenhuis Walsall, na een extreem slechte HSMR-score in de Britse pers omgedoopt tot 'ziekenhuis des doods'. "Het ziekenhuis bleek slechter te scoren op de interne communicatie tussen medici, de kwaliteit van de medische afdeling en de hoeveelheid personeel." Na de aanpak daarvan steeg de HSMR-score enorm, aldus Westert.
Een goede naam is ziekenhuizen veel waard. Pogingen om het sterftecijfer omlaag te krijgen worden in Nederland liever buiten het gezichtsveld van de burger om gedaan. Op een congres van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen eind oktober werd zelfs onderling afgesproken de rijen gesloten te houden. Het officiële standpunt is dat de HSMR nog niet genoeg 'uitontwikkeld' is. Ziekenhuismedewerkers kregen een workshop 'Hoe ga ik om met lastige persvragen over de HSMR'. Toch zijn er ziekenhuizen die dit cordon willen doorbreken. Het Martini Ziekenhuis in Groningen laat tevreden weten 'bij de beste twee' te horen. "De HSMR is een betrouwbare maat", aldus bestuursvoorzitter Jack Thiadens. "Zo ontstaat een prikkel om verbeteringen door te voeren. Of je nu goed of slecht presteert, voor beide is werk aan de winkel."
Het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch scoort gemiddeld, maar vindt het belangrijk om open over de HSMR te zijn. "Zelfs als er twijfel bestaat over de betrouwbaarheid", aldus een woordvoerster. "Het is een extra prikkel om nog harder aan onze kwaliteit van zorg te werken. Onze ambitie is om het meest patiëntveilige ziekenhuis van Nederland te worden." Het ziekenhuis vraagt zich wel af of rekening is gehouden met het feit dat er geen hospice (sterfhuis) in de buurt is.
Het Amsterdamse VUmc heeft een laag sterftecijfer. Volgens bestuurslid Jean Savelkoul is het 'het gehele systeem dat de goede score maakt, zoals continue aandacht voor veiligheid en een zeer goed georganiseerde Intensive Care'.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.

Niet beschikbaar!

















