De dossiers van drie brute verkrachtingen bij 's-Heer Arendskerke (1987), 's-Gravenpolder (1994) en Kapelle (1997) zijn nooit in een onderste la beland om daar te verstoffen.
Teamchef Jaap Noordzij van de recherche in de Oosterschelderegio bewaakte ze
hoogstpersoonlijk. "Ernstige zedenmisdrijven wil je oplossen, vroeg of
laat."
Zeker nadat vorig jaar twee verkrachtingen uit 1989
(Middelburg) en 1990 (Dishoek) door DNA-vergelijkingen tot een oplossing
zijn gebracht. DNA levert onomstotelijk bewijs dat een 52-jarige
Middelburger de dader is.
In de jaren tachtig bestaat nog geen
DNA-onderzoek. Politie en justitie moeten het doen met sporenonderzoek,
bijvoorbeeld vingerafdrukken of bloedresten, aan de hand waarvan de
bloedgroep van de dader kon worden vastgesteld. Begin jaren negentig doet de
DNA-techniek haar intrede. "We konden van de verkrachtingszaken uit
1994 en 1997 een DNA-profiel maken, alleen moesten die genetische
vingerafdrukken handmatig worden vergeleken en dat is een flink karwei"
, zegt Noordzij.
Uiteindelijk blijkt uit het DNA-onderzoek dat de
dader van de verkrachtingen uit 1994 en 1997 dezelfde man moet zijn. Een
'match' noemen ze dat in politiejargon. Alleen komt de verdachte niet voor
in de databank van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). De zaken
lijken dood te lopen.
De kentering in de drie zaken tekent zich
eigenlijk al in 2000 af. Noordzij: "Justitie wilde voorkomen dat oude,
ernstige zedenmisdrijven zouden verjaren. Dat gebeurt ruwweg namelijk
vijftien jaar na het delict. Het NFI werd gevraagd alle biologische sporen
in die oude zedenzaken om te zetten in DNA-profielen. Dat vergde veel tijd.
Uiteindelijk kwam het NFI in 2007 met materiaal uit de verkrachtingszaak in
1987, bij 's-Heer Arendskerke. En wat bleek: dat DNA-profiel matchte met de
twee verkrachtingen uit 1994 en 1997. Het was een en dezelfde dader."
De politie heropent het onderzoek begin 2008: "Uit de verklaringen van de
slachtoffers bleek dat de dader Duits en gebrekkig Engels sprak. Het eerste
slachtoffer repte tevens van een auto met een wit nummerbord met donkere
letters. Daarom hebben we verzoeken voor rechtshulp gestuurd naar Engeland,
Duitsland, België en Zwitserland, om na te gaan of het DNA-profiel in een
databank zat."
Overigens is het sinds mei van dit jaar
eenvoudiger om onder meer DNA-gegevens tussen EU-landen uit te wisselen. Dat
is neergelegd in het Verdrag van Prüm.
Duitsland komt in
maart 2008 met het verlossende woord: het DNA in de drie Bevelandse
verkrachtingszaken is afkomstig van een 48-jarige man uit het Duitse
Gladbeck. Hij zit momenteel vast in een gevangenis in Bochum voor een
vermogensdelict.
"We hebben in maart meteen de slachtoffers
ingelicht. Ze waren natuurlijk opgelucht dat hun zaken zijn opgelost, maar
aan de andere kant werd ook oud leed weer opgerakeld", zegt
politiepersvoorlichter Alwin Don.
De verdachte, die slechts wilde
verklaren dat hij in Zeeland een vakantiehuis bezit, wordt in Duitsland
berecht. "Hij moet tot 2010 een straf uitzitten. Als we hem in Zeeland
willen berechten, zouden we moeten wachten tot hij vrijkomt. Dan zou de zaak
uit 1994 verjaard zijn. Uiteraard willen we dat voorkomen."
De
politie acht de kans klein dat slachtoffers nog als getuigen moeten
optreden. DNA is hard bewijs.



Heeft u nieuws, tips of foto's?














